Posts Tagged ‘speelfilm’

* The proof of the pudding is in the eating

Toegevoegd op januari 21st, 2010 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario.


“The proof of the pudding is in the eating”. Onder dit motto vertonen wij op donderdag 28 januari aanstaande BARDSONGS, een nieuwe speelfilm van Sander Francken.

Het gaat om een preview van een onhollandse film. Voordat deze onder de aandacht van het bioscooppubliek wordt gebracht, onderwerpen wij de film graag aan een kijkertest. Voor ons als makers een belangrijke toetssteen. Wij streven daarbij naar een kritische groep kijkers en stellen hun mening zeer op prijs in de veronderstelling dat wij het project beter zullen kunnen marketen.

BARDSONGS is een ongewone film, opgebouwd uit meerdere verhalen die zich afspelen in verschillende delen van de wereld, vol muziek en oude wijsheid die voor iedereen herkenbaar is. De reacties op de werkkopie van de film waren reeds veelbelovend. Nu de film helemaal klaar is, zouden wij het bijzonder op prijs stellen wanneer u ook uw mening wilt geven. Wij signaleren namelijk in de verschillende culturen een patroon dat ons fascineert en heeft geïnspireerd tot het maken van BARDSONGS.

De vertoning vindt plaats bij Cinemeta, Hettenheuvelweg 26, 1101 BN Amsterdam, op donderdagavond 28 januari. Aanvang 19:30u.

Voor een routebeschrijving, zie bijlage of http://cinemeta.nl/index.php?INF=4 Wegens het beperkt aantal zitplaatsen verzoeken wij u om ons per e-mail naar joost@pelicula.nl op de hoogte te stellen van uw komst.

Op de website www.bardsongs.com vindt u meer informatie over de productie.

Met vriendelijke groet en tot ziens!

Mede namens Sander Francken en alle anderen die de film mogelijk maakten,

BARDSONGS

een film van Sander Francken

donderdag 28 januari 2010

aanvang voorstelling 19:30 uur

aansluitend een borrel tot 22:30 uur

locatie: CineMeta digital BV

Hettenheuvelweg 26, 1101BN Amsterdam

In verband met het beperkt aantal zitplaatsen stellen wij het zeer op prijs wanneer u ons per e-mail op de hoogte brengt van uw komst.

Tags: , .



* Testpubliek gezocht voor roughcut Bardsongs

Toegevoegd op oktober 17th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.


 

Kennis voor het leven

Kennis voor het leven

Plastic verzamelaar

Plastic verzamelaar

Vader, dochter en dzo

Vader, dochter en dzo

Zoals de trouwe lezers vast nog wel weten zijn wij zijn bezig een lange speelfilm te realiseren met als titel BARDSONGS. Deze speelfilm bestaat uit drie korte speelfilms, een gemaakt in Mali, Afrika, een in Rajasthan, India en het derde deel in Ladakh, ook India.

Sander Francken is de producent en regisseur. Het scenario werd geschreven door Joost Schrickx, overigens in prettige samenwerking met de genoemde producent/regisseur.

Zie voor meer inhoudelijke informatie ook de website: www.bardsongs.com

We zitten nu middenin de montage en willen het tussenresultaat graag voorleggen aan een geïnteresseerd publiek.

Een test-viewing dus.

Waarvan de toegang overigens gratis is

De eerste viewing vindt plaats op 6 november a.s. om 16.00 in Amsterdam Zuid Oost

Geïnteresseerden kunnen een mail sturen met daarop hun naam, hun leeftijd en iets van hun interesse en achtergrond.

Naar: bardsongs@pelicula.nl

Tot gauw!

Tags: , .



* Oren wassen

Toegevoegd op augustus 6th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario.



Er zit een oudere man met verzorgde grijze baard langs de kant van de een van de kleinere zijstraten van Leh.
“Are you Italian?”, vraagt hij mij als ik langs hem loop.
“No.”, zeg ik en blijf even stilstaan. 
American?”
“No.”
“Sweden, Germany, France?”
“No, no. no.”
“Poland?”
“Eh…no.”
“Holland?”
“Yes!”
“I thought so.”
Hij haalt een klein schriftje tevoorschijn en slaat dat ergens in het midden open. Hij toont mij de voorliggende bladzijden.
Ik lees.
Het zijn twee in het Nederlands gestelde briefjes.
Beide schrijvers hadden enorme last van hun oren. Suizingen, pus, slecht horen.
Totdat ze deze Indiase man tegenkwamen.
Nu pas zie ik dat op de muur van het pandje achter de man een briefje hangt:
“Ear cleaning champion.”
“Are your ears clean?”, vraagt hij me.
“Yes, I think they are clean.”
“Sure?”
“Eh, Yes.”
“Shall I have a look?”
“No, no, they are clean.”
“I know people who say that their ears are clean and then they appear to be dirty.”
“Ok.”
“I also know people who think they have dirty ears and then I find they are clean.”
“Yes…”
De man haalt een naald met daarop een plukje watten uit zijn borstzakje te voorschijn.
“Shall I have a look?”
“No, no sir. Really, it is not necessary.”
Hij bergt de naald weer op.
“Ok. See you next time?”
“Yes, see you next time.”


Tags: , .



* Einde als hoogtepunt

Toegevoegd op augustus 3rd, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.



Voordat Prem, onze chauffeur, de auto startte, bond hij een roodkleurige doek heel strak om zijn hoofd. Daarna haalde hij een smoezelig stripje onduidelijke pillen uit het dashboardkastje en legde dat grijpklaar in het bakje bij zijn versnellings-pook.
Hij kijk mij die op de stoel naast hem zat glimlachend aan.
“Against altitude sickness”, zei hij.
Prem slaagde er niet in me gerust te stellen.

Het stuk tot aan de eerste politiecontrole post viel reuze mee.
We waren hoogstens wat lacherig door de afnemende hoeveelheid zuurstof in onze hersenen. Karin zag ergens in het ons omringende gebergte een rode vogel en vervolgens een gele, die Sander en ik niet zagen. En wij weten dat plagerig aan de hoogteziekte die haar kennelijk al wel helemaal te pakken had en ons nog niet.
Lachen.
Vooral Sander was deze vroege ochtend opvallend energiek. Alsof hij wilde aantonen dat op hem, immers de bedenker van deze autorit door de bergen, de hoogteziekte totaal maar dan ook totaal geen vat kon krijgen.
“Wachten jullie maar op dat stempel van de politie, ik wandel wel naar Leh!”

Na de politiecontrole begon ik een licht hoofdpijntje te ontwikkelen, ergens schuin boven mijn linker oog.
Het begon zich vervolgens langzaam uit te breiden.
Ook voelde ik een soort van zeurende misselijkheid opkomen, niet alleen in mijn maag, maar in mijn hele lijf.
Prem bond zijn doek nog maar eens stevig vast. En achter ons op de autobank, waar Karin S. de Boer en Sander Francken tot dan toe gezellig zaten te keuvelen over breakdowns, aankomsttijden van crew-leden en productiebudgetten, viel het stil.
Ik trok de conclusie dat iedereen op zijn eigen manier stilletjes aan het lijden was. Hoewel het opvallend was hoe monter Sander zich bleef gedragen.

Ik denk dat het door het schuin hangen van de auto kwam, waardoor de organische vlonder in onze blaas in de war gebracht werd, maar we stopten om de haverklap voor een korte plaspauze. En per keer dat ik uit de auto stapte om ergens achter een rots mijn behoefte te doen, voelden mijn benen slapper en wiebeliger aan. Alsof ik langzaamaan een beetje dronken werd, wat in wezen ook zo was, want volgens de boekjes vallen de verschijnselen van hoogteziekte in zeker opzicht met hevige dronkenschap te vergelijken.
Toen we stopten bij een bergnederzetting met een wegrestaurant in een grote tent, waren hoofdpijn, misselijkheid en algemeen onbehagen voor mij nauwelijks meer te verdragen. Ik had het idee dat ik er het slechtst aan toe was van ons allemaal. Zo namen Karin en Sander een kopje soep, iets wat voor mij ondenkbaar was.
Prem vertelde mij dat we nu zo’n 4000 meter hoog waren en dat we nog maar twee pieken te gaan hadden, waaronder die van Taglang La op zo’n 5500 meter. En daarna zou het alleen nog maar lager gaan.
Wederom slaagde Prem er niet in me gerust te stellen.
5500 meter!

Pas later las en hoorde ik dat het absoluut is af te raden om als je je boven 3000 meter bevindt meer dan 500 meer per dag te stijgen. En dat het raadzaam is om dan minstens een hele acclimatisatie dag te nemen op 3500 meter en op 4000 meter. Dit alles om fatale AMS (Accute mountain sicknss) te voorkomen.
En wij knalden van iets meer dan 3000 meter naar 5500 meter, en daarna weer omlaag naar 3500 meter, en dat alles in één dag!

De kilometers die nu volgden waren de ergste kilometers uit mijn leven. Ik kon met geen mogelijkheid meer naar het zonder twijfel weer indrukwekkende Himalaya landschap kijken. Ik kon alleen nog maar schuin voorover in mijn gordels hangen met mijn linkerhand gedrukt tegen mijn linkerslaap om de hoofdpijn nog enigszins te onderdrukken. Ik kon nog net constateren dat het hier inderdaad, zoals voorspeld, geregend had en dat de toch al onmogelijke smalle bergpas die voortdurend zonder enige vorm van railing langs steile en diepe afgronden voerde, veranderd was in een glibberig langgerekt lint van blubber. Ik hoop dat de chauffeur minder last heeft dan ik, dacht ik nog. Maar eigenlijk kon dat me al weinig meer schelen. Als die lichamelijke pijn, die misselijkheid, die druk in mijn hoofd maar minder werd. Maar dat zat er niet in. We moesten nog minstens een kilometer stijgen. Ik greep naar de strip met pilletjes van de chauffeur. Zonder er verder over na te denken stak in er eentje in mijn mond en slikte die met een flinke slok water door. Het leek heel even te helpen. Of verbeeldde ik me dat? Ik voelde weer de neiging om te plassen opkomen. Maar ik probeerde die te onderdrukken. Ik was bang om uit de auto te stappen. Ik vertrouwde domweg mijn eigen benen niet meer. Achter mij hoorde ik Karin intens en diep kreunen. Ik had niet de kracht om achterom te kijken om iets bemoedigends tegen haar te zeggen. Ik merkte dat het pilletjes alweer was uitgewerkt. De hoogteziekte viel me weer van alle kanten aan.
“How far?”, kreunde ik tegen de chauffeur, die zijn hoofddoek al rijdend nog wat strakker trok.
“Not far”, gaf hij als antwoord.
“Fuck”, kreunde ik.
Plotseling moest ik denken aan vroeger. Ik was een jaar of 10 en speelde met de stoere schoffies uit onze buurt ergens op een bouwterrein. Ik was in een nauwe betonnen rioleerbuis gekropen. Net toen ik me helemaal naar binnen had gewurmd, realiseerde ik mij dat ik niet meer achteruit kon. En dat de uitgang aan de andere kant nog heel ver weg was. Ik voelde paniek opkomen maar wist ook dat als ik dat toeliet ik helemaal nooit meer uit die buis zou komen.
“Rustig blijven, rustig blijven!”, galmde het in mijn hoofd.
Was dat nu of was dat vroeger, die galm. Ik wist het niet meer.
“500 meters to go”, hoorde ik de chauffeur zeggen.
Hoopvol tilde ik mijn hoofd wat op. Ik zag inderdaad in de verte de weg in de hoogte verdwijnen, alsof er een verticale knik inzat.
En toen verschenen er opeens twee enorme gele bulldozers die kennelijk de opdracht hadden gekregen de blubberen bergpas wat meer begaanbaar te maken. Voor ons op de weg werden enorme blubberheuvels opgeworpen. Achter ons stopte een kleine vrachtauto en toen een toeristenwagen als de onze en toen nog een kleine vrachtwagen.
We zaten vast! Op nog geen driehonderd meter van de top. Vast. Op meer dan 5000 meter hoogte.
Onze chauffeur stapte uit en liep toch wat zorgelijk richting bulldozers.
Ook Sander stapte uit – deed hij alsof of was hij echt minder vatbaar, dat zou kunnen, op sommige mensen heeft de hoogteziekte, onafhankelijk van conditie of leeftijd, minder effect -en liep richting de blubberheuvels om eens poolshoogte te nemen.
Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe Karin de deur opendeed en zich half naar buiten liet vallen. Ik stapte uit en begon op mijn weke kauwgombenen als een idioot kleine stukjes heen en weer te waggelen. Als om de tijd te doden, als om niet verder na te hoeven denken.
Ik hoorde Karin in paniek gillen.
“Doorrijden godverdomme, ik val flauw, doorrijden.”
Ook mij werd het nu bijna zwart voor de ogen.
Een pilletje!, dacht ik nog, ik moet een pilletje hebben! En ik moet Rosalien weer zien. En Elsa. En mijn familie. En…
Er was geen tijd meer. Geen film. Geen bergen. Even ook geen Joost.
Een auto stopte naast me.

Iemand deed de deur open en nodigde me uit in te stappen.
Ik keek in een glimlachend gezicht, het glimlachend gezicht van onze chauffeur.
De weg was vrij!

Nog een paar honderd meter stijgen, een paar hond meter doorbijten. En daarna werd alles alleen nog maar beter.

Pas in de weken daarna, in ons rustieke hotel in Leh, werd me duidelijk wat voor een onverantwoordelijke idiote actie we ondernomen hadden. Zeker die laatste dag waarop zelfs een niet-reis advies was afgegeven vanwege de slechte staat van de wegen. Iedereen die maar iets van bergen afwist verklaarde ons voor gek vanwege wat we gedaan hadden.

Karin bleef nog 14 dagen ziek. Toen zij maar niet echt opknapte kreeg zij van de ANWB het advies zich per helikopter naar lager gelegen oorden te laten evacueren. Zij volgde dit advies niet op maar bleef nog even vertrouwen op de zware medicijnen die van zij van de lokale dokter die wij Charly Chaplin doopten kreeg.
Het gaat nu beter met haar.
Ik knapte iets sneller op. Een dag na aankomst ging ik alweer op locatiescout tocht. Maar ik heb wel het idee dat bij vlagen de hoogteziekte mij weer in haar macht krijgt. Opeens kan ik me misselijk voelen of extreem moe. En kleine pijntjes, zoals een stijve nekspier of een verkoudheidje, lijken veel meer genezings-tijd te vragen dan dat anders het geval is.
Sander had en heeft het minste last. Minder gevoelig voor hoogteziekte, waarschijnlijk. En hij slikte gedurende de hele reis het middel cellfood, dat er kort gezegd voor zorgt dat lichaamscellen meer zuurstof en voedingsstoffen absorberen.
Dit vertelde hij ons pas na afloop.

 

Enfin, we leven nog. En de Indiase productieploeg is compleet. En de Nederlandse geluidsman Ludo Keenis is – per vliegtuig, zo hoort het – gearriveerd. Alsmede cameraman Sal Kroonenberg en zijn assistent Dirk-Jan Kerkkamp. Allen voelden zij zich na een dag acclimatiseren prima.
We zijn nu volop in pre-productie. Over precies een week is de eerste opnamedag.
Over hoogteziekte wordt nauwelijks meer gesproken.

 

 

.

Tags: , , , .



* Altitude

Toegevoegd op augustus 1st, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.


Dit is alweer de vijfde of zesde weblog-episode van mijn hoogteziekte-verhaal. Het wordt tijd dat ik het eens afrond; zelfs een aantal lezers heeft mij al per email gevraagd de afloop nu eindelijk eens prijs te geven.
Maar ik vind dat moeilijk. Ik bemerk een sterke neiging tot uitstellen, tot het uitsmeren van de spanningsboog, tot het maar niet toekomen aan het letterlijke hoogtepunt en lichamelijke dieptepunt van mijn “altitude sickness experience”.
Maar waarom dat getreuzel?
Faalangst, vermoed ik.
Ik denk dat ik bang ben niet in staat te zijn op te schrijven wat ik daar hoog in het Himalaya-gebergte ervaren heb.
Ik herinner mij dat kort nadat wij mijn tocht der tochten volbracht hadden, producent en regisseur Sander Francken zei dat hij de oversteek al met al met al de moeite waard had gevonden. Ik reageerde toen met het vol overtuiging roepen dat ik me nog nooit in mijn leven, nog nooit, zo onvoorstelbaar beroerd had gevoeld als vlak voor het bereiken van het hoogste punt.
Maar hoe dat gevoel in woorden te vatten? Hoe mijn hoogteziekte- ervaring in al haar misselijkheid, in al haar onbehagen, in volle verschrikking aan mijn weblog-lezers over te brengen?
Een bijna onmogelijke opgave.
Ik ga het proberen.
De dag dat we uit de bergsportplaats Manali vertrokken, beloofde een makkelijke dag te worden. Slechts 5 uur rijden tot onze nachtbestemming, zo had Prem, onze ervaren chauffeur ons voorgerekend. En weliswaar een zekere mate van stijging, maar we zouden die dag niet hoger uitkomen dan 2800 meter.
En het wérd ook een makkelijke dag, zeker in vergelijking met de daarop volgende.
Ik voelde iets van langzaam toenemende lichtheid in mijn hoofd, iets van beginnende slapheid in mijn ledematen ook. Maar ik had nog ruim voldoende energie en concentratie over om de gestage verandering in het berglandschap op te merken. Naarmate we stegen werd het steeds iets ruiger, iets rotsiger, iets minder groen. En voldoende tegenwoordigheid van geest om regelmatig van de steeds wisselende panorama’s te genieten.
En inderdaad, na iets meer dan 7 uur rijden, we hadden rustig aan gedaan, kwamen we aan bij het eenvoudige hotel “Ibex”, op zo’n 2800 meter hoogte.
Tijdens het sobere Indiase avondeten, zoals meestal veel prutjes en papjes met allemaal ongeveer dezelfde smaak, hield Karin S. de Boer, niet voor niets onze line producer, een vurig pleidooi waarvan de volle betekenis op dat moment niet tot me doordrong.
De planning was om de volgende dag in minmaal 12 uur in een ruk door te rijden naar Leh. Volgens Karin was dat gekkenwerk. Zij had namelijk onderzocht dat de bergpassen vanaf het punt waar we ons bevonden steeds smaller en steeds gevaarlijker zouden worden. En bovendien was er voor de volgende dag slecht, regenachtig weer voorspeld en zouden we onderweg over pieken van grote hoogte, eentje zelfs van 5000 meter, rijden. Karin betreurd dat ze sowieso met Sander en mij in de auto was gestapt en aan dit avontuur was begonnen – en niet gewoon van Delhi naar Leh was gevlogen. Maar nu dat niet meer terug te draaien was, zou het dan geen goed idee zijn de resterende reis naar Leh in tweeën te knippen? Zou het niet veiliger zijn om nu al te besluiten dat  we halverwege de reis die we nog voor de boeg hadden onze intrek zouden nemen in een van de langs de route liggende tentenkampen? Al was het maar om iets meer rust te nemen en onze lichamen iets meer en iets langer de gelegenheid te geven aan het hoogteverschil te wennen.
Sander zag de noodzaak van Karin’s voorstel niet in. We zouden wel zien.
Mij ontbrak de kennis om Karin of Sander gelijk te kunnen geven. Bovendien vertrouwde ik erop dat Sander wist waar hij mee bezig was.
We zouden wel zien dus.
Moe van de twee dagen autorijden en misschien ook nog wel van de vliegreis van Amsterdam naar Delhi, en in de wetenschap dat we de volgende ochtend alweer om 6.00 zouden vertrekken, ging ik vroeg naar bed.
Al snel viel ik in een licht slaapje. En dat was kennelijk het moment waarop de hoogteziekte gewacht had om zijn eerst echte plaagstoot uit te delen. Want niet lang nadat ik mijn ogen gesloten had schrok ik wakker, onrustig en met een hart dat gezien zijn slagritme wanhopig op zoek was naar extra zuurstof.
Ik deed die nacht nauwelijks meer een oog dicht.
Aan de bleke hoofden bij de vroege ontbijttafel te zien, hadden ook Karin en Sander die nacht bezoek gehad van Klaas Altitude.Met het angstige besef dat het de komende uren alleen maar hoger en hoger zou gaan, stapte ik naast Prem in de auto.
En met het schuldbesef dat ik er weer niet in geslaagd ben dit hoogte-verhaal af te ronden, sluit ik deze episode af.

Morgen, morgen zal alles anders zijn.

 

 

Tags: , , , , .



* Mr. Johnson

Toegevoegd op juli 30th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.


Vrijdagnacht kwamen we aan in Delhi. We werden van Delhi airport opgehaald door Kawal en Mukul, de Indiase Unit Production Manager en 1st Assistant Director die ons ook al in Rajasthan bij de realisering van episode 2 van BARDONGS, het scenario van de Plastic Collector, terzijde gestaan hadden.

Zij brachten ons naar het Habitat hotel, onderdeel van het grote, ruimtelijke en rustige Habitat Internationaal Cultuur Centrum. Daar konden we in alle rust voorbereiden, aan elkaar wennen en relaxen alvorens de grote oversteek per auto naar Leh te maken.

Het Habitat gebouw is inderdaad indrukwekkend en rustgevend, maar het moet gezegd dat de hotelkamers daarbij vergeleken wat saai, houterig en benauwd waren. (Mocht u overwegen ook eens een weekendje in Delhi door te brengen, houdt daar rekening mee.)

Die zaterdag sliepen we vooral uit – volgens ons Nederlandse ritme was het immers nog steeds zo’n drie-eneenhalf uur vroeger -, wandelden op onszelf wat rond en hadden een soort van voor-pre-productie-overleg met Kawal en Mukul.

We forceerden ons die avond ondanks het tijdsverschil vroeg naar bed te gaan want die volgende ochtend om zes uur, half drie Nederlandse tijd dus, zou een geoefende en ervaren chauffeur het terrein van Habitat oprijden om Sander Francken, Karin S. de Boer en mijzelf in drie dagen naar Leh te brengen.

Waarom gingen we ook alweer met de auto en niet met het vliegtuig?

Welnu.

De geleidelijke stijging van deze auto op zijn weg naar het op 3500 meter hoogte gelegen Leh zou dus, zo was de bedoeling,de verschijnselen van hoogteziekte onderdrukken.

De eerste dag van ons drie-daagse avontuur was prachtig. Nadat we Delhi waren uitgereden, werd het landschap steeds heuvel- en bergachtiger.

Groen, afwisselend, aantrekkelijk en nog tameljk onschuldig.

Ondanks wel degelijk enkele ruige stukken Himalya waar we doorheen reden, als voorbodes van wat komen ging, had ik niet het idee dat dit het meedogenloze gebergte was waar veel mensen ons voor gewaarschuwd hadden.

Toen we na zo’n 10 uur rijden in de buurt van de Indiase bergsportplaats Manali kwamen, moest ik zelfs af en toe aan de vredige Alpen denken. In de aan de overkant van de rivier die ons begeleidde netjes tegen de bergwand opgestapelde licht-kleurige huisjes herkende ik af en toe stukjes Luzern, koblenz en Grenoble. En zelfs moest ik een keer denken aan de huizenrij aan de rivier die je ziet als je Arnhem binnenrijdt. Maar dat kwam waarschijnlijk vooral omdat ik daar de laatste tijd vaak geweest ben i.v.m. de documentaire over adhd die we daar gedeeltelijk gedraaid hebben.

Aangekomen in het lokaal-toeristische centrumpje van Manali namen we ons intrek in het ruim opgezette, enigszins aan een groot chalet doen denkende ‘Johnson resort, opgericht in 1920’.

Altijd tot de verbeelding sprekend, vind ik, historische familie-verhalen.

Johnson diende jarenlang als arts in het Engelse leger in het huidige Pakistan. Zijn vrouw kon niet wennen aan het klimaat, de toendertijd extreem grote afstand tot haar familie – slechts uit te drukken in jaarreizen – en de Indiase gewoontes. Zij keerde terug naar Engeland en liet Johnson alleen achter.

Toen Johnson op leeftijd gekomen was, verliet hij het leger en kocht een stukje grond in het toen al als oase in het Himalaya gebergte bekend staande Manali. Daar stichtte hij een soort herberg voor berggangers, avonturiers, missionarissen en handelslui. Hij beheerde de herberg na verloop van tijd samen met zijn meer dan 60 jaar jongere Indiase vrouw, die hij in Manali leerde kennen. Naar zeggen trouwde zij vooral met hem om het geld, er daarbij vanuit gaande dat door de meer dan 85-jarige man geen nakomelingen meer geproduceerd konden worden.

Zij vergiste zich.

Hun zoon bouwde de herberg uit tot het hotel-bar-restaurant resort wat het nu is.

Dit alles werd ons verteld door de kleindochter van de stichter; ook diens zoon, haar vader dus, trouwde een Indiase, wat zeker in die tijd toch vrij uitzonderlijk was, nog steeds wel eigenlijk, en kreeg twee zonen en een dochter.

Op een of andere manier maakte de Johnson’s kleindochter geen gelukkige indruk op mij, staande in de weelderig hoteltuin en af en toe wat instructies roepend naar twee werklui die bezig waren een soort van BBQ te bouwen. Alsof ze tussen twee werelden was ingevallen; alsof de reis van een paar jaar die haar opa van Engeland scheidde ook voor haar nog voelbaar was, terwijl ze zich tegelijkertijd duidelijk ook totaal niet met de Indiër kon identificeren.

Ik had geen tijd om hier lang bij stil te staan want we moesten verder. Verder en vooral hoger.

Nog twee dagreizen, waarvan ik vooral de tweede nooit meer vergeten zal, scheidden ons nog van Leh, hoofdstad van Ladakh.

Sander Francken en chauffeur

Sander Francken en chauffeur

Tags: , , .



* diamox en konijnenkeutels

Toegevoegd op juli 29th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.


Op zoek naar een remedie tegen hoogteziekte, dus.

 

Een vriend van mijn broer Jaap kwam als eerste met een mogelijke oplossing aandragen. Roon, zo noemt hij zich, is een ervaren bergbeklimmer en als hij ergens op grote hoogte verblijft gebruikt hij Diamox.

Diamox.

Het is een soort van chemisch middel dat de verschijnselen van hoogteziekte, hoofdpijn, misselijkheid, algehele lamlendigheid, onderdrukt. Zonder overigens de hoogteziekte zelf te genezen.

“Dit middel lijkt me zeer af te raden, want je schakelt er – domweg – je eigen waarschuwingsmechanismen mee uit. Typisch farmaceutische benadering…”, liet Producent/regisseur Sander Francken mij per email weten.

Zit wat in, dacht ik toen.

Ik zette diamox daarom maar uit mijn hoofd.

Wat dan? 

De soort van konijnenkeutels die een traditionele Tibetaanse arts ons tijdens onze research-reis had voorgeschreven leken wel iets van effect te hebben. Maar was dat niet vooral suggestie? En je kon toch moeilijk de filmcrew van tientallen Delhi-ers en Mombay-ers en een stuk of zes Hollanders met een serieus gezicht verplichten dagelijks twee konijnenkeutels te eten.

Geen Tibetaans wondermiddel dus. 

Maar wat wel? 

Extra zuurstof!

Dat was Sander zijn idee.

Hoogteziekte ontstaat met name door een overschot aan koolzuur en dus een tekort aan zuurstof in het bloed. Als we nu eens de crew-leden, met name op momenten van inspanning, een teug zuurstof zouden laten nemen, zou dat dan het probleem niet grotendeels oplossen?

Wederom raadpleegde ik Roon, de bergbeklim-vriend van mijn broer Jaap. Roon vond het maar een wild idee en verwachtte er weinig heil van. En ook een tweede door mij geraadpleegde bergbeklim-expert, tevens medicus, raadde het gebruik van zuurstof af. Volgens hem kon dit zelfs gevaarlijk voor de gezondheid zijn.

Sander liet zich hierdoor niet uit het veld slaan. Die experten van mij waren bergbeklimmers en geen filmmakers.

Zit wat in.

En dus gingen we op zoek naar zuurstof. In flesvorm of anderszins.

Sander zijn zoon vond een aanbieding van goedkope en handige zuurstofflesjes op het internet. Sander stelde voor daar een grote hoeveelheid van aan te schaffen en die over zijn bagage, die van mij en die van line producer Karin S. de Boer te verspreiden.

Ik informeerde bij de KLM, bij de Douane en bij de leverancier van de flesjes. Die raadden het af om met flesjes zuurstof op reis te gaan. Brandgevaarlijk, explosief, verboden.

Sander, met de volhardendheid die hem ook hielp bij het bijeenschrapen van het budget voor BARDSONGS en bij het realiseren van het eerste deel in Mali en het tweede deel in Rajasthan, zag een eenvoudige oplossing.

Op zoek naar niet-ontvlambare zuurstof!

Tibetaanse arts met dochter

Tibetaanse arts met dochter

Tags: , , .



* giechelen

Toegevoegd op juli 27th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vorig jaar, mei 2008, vlogen Sander Francken en ik in het kader van een researchonderzoek voor het speelfilm-drieluik project BARSONGS van Delhi naar Leh.

Bij aankomst in Leh, het op 3500 meter in het Himalaya gebergte gelegen hoofdstadje van Ladakh, een gebied in de Indiase provincie Jammu-Kashmir, voelden we ons prima. Een beetje raar, een beetje giechelig, maar prima.

We giechelden werkelijk om alles, die ochtend. Om de onverstaanbaar Engels sprekende chauffeur die ons naar ons hotel bracht, om de kleine besnorde hoteleigenaar, om zijn rare naam, Kakatori. We hadden de grootste lol om bijna niets.

Die middag maakten we een stevige wandeling, aten in de door het bergklimaat snel afkoelende eetzaal een maaltijd, namen een biertje, giechelden nog wat om het onervaren hotelpersoneel en gingen naar bed. 

Zowel Sander als ik deden die nacht nauwelijks een oog dicht. De volgende ochtend stapten we allebei geradbraakt de ontbijtzaal binnen.

Misselijk, hoofdpijn, zweverig, flauw en ontzettend katerig.

Kortom, onze eerste kennismaking met hoogteziekte. 

Hoogteziekte. 

Toen we de reisgidsen en toeristenfolders er eens wat nauwkeuriger op nasloegen beseften we dat dit een van onze grootste hindernissen zou worden bij het in het Ladakhse hooggebergte realiseren van de korte speelfilm “Vader, dochter en dzo”. Die toen overigens nog “Vader, dochter en yak” heette.  

Het kostte ons vijf dagen om aan de hoogte te wennen. Vijf dagen om de hoeveelheid rode bloedlichaampjes in ons lichaam op hoogte-peil te brengen. Vijf dagen om weer helemaal hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid vrij te zijn. Vijf dagen om weer normaal te kunnen slapen zonder steeds wakker te worden met hartklop- en benauwdheidverschijnselen.

Vijf kostbare research dagen.

Vijf dagen dat we slechts op halve kracht of nog minder konden werken. 

Maar hoe kostbaar zou die acclimatisatie-periode wel niet worden als we hier met een filmploeg van algauw 40 niet-lokalen zouden zitten. Onder wie naar verwachting een Nederlandse cameraman, zijn assistent, een geluidsman, een line producer en wij, producent/regisseur en scenarioschrijver/Manus-van-alles.

Vijf potentieel verloren maar toch duurbetaalde productiedagen. 

Daar moest iets op gevonden worden!

Tags: , , , .



* On the – slopey – road again

Toegevoegd op juli 26th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, sander francken.


Sander Francken, Karin S. de Boer en ik zijn vandaag precies twee weken in India. En 10 dagen in Leh, de hoofdstad van Ladakh.

Het is vrijdag en het begint nu langzaam te schemeren. Nog even en dan zal de duisternis plotseling invallen, hier in dit op 3500 meter hoogte gelegen stadje in het machtige en meedogenloze Himalaya gebergte.

3500 meter?

Machtig?

Meedogenloos?

Hiermee ben ik dan toch nog onverwacht aangekomen bij de reden waarom we nu al 14 dagen in India zijn en ik nu pas aan mijn eerste weblog begin.

Aangekomen bij de reden dat Karin in de kamer naast mij haar bed nog nauwelijks is uitgekomen.

De reden dat de op Charly Chaplin lijkende hotel-doker nu al drie keer is langs geweest.

De reden…

Morgen meer.

Mijn weblog moet wel een beetje spannend blijven.

Tags: , , .



* BARDSONGS – Het is volbracht

Toegevoegd op april 4th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.


Het zit erop.

Dertien draaidagen. Twaalf voor de 25 scènes van het scenario. Eén voor het buitenoptreden van de folklore Rajasthani muziekgroep uit Hamera. 223 slates en 692 takes. 212  figuranten en edelfiguranten. Drie kamelen en een baby kameel. Eenenveertig filmrollen van 10 minuten. Per persoon zo’n 156 uren op de set. Waarvan zo’n 95 uren in de felle brandende zon. Duizenden mensen die de opnames aanschouwd hebben, soms van enige afstand, meestal op voor ons Westerlingen vermoeiend aanraakbare afstand. Ik schat zo’n elf misverstanden tussen lokale productie en Nederlandse productie. Zo’n vijf misverstanden en onenigheden binnen de Nederlandse crew. Zo’n 225 biertjes en 4 flessen sterke drank na afloop van de  verschillende draaidagen. Zo’n zes in de lucht hangende maar nooit doorzettende liefdesaffaires, ook al omdat de in aanmerking komende Indiase dames met name die van de  Wardrobe afdeling, al uitgehuwelijkt bleken te zijn. Eén steen die bijna gegooid werd door een lid van een straatbende die het oneerlijk vond dat de concurrerende bende uit dezelfde straat wél door de productie betaald werd. Om dezelfde redenen één groep van zes wilde koeien die op ons afgestuurd werd en op het laatste moment nog gestopt kon worden. Eén zeer goed verdienende lokale casting director omdat van alle bedragen die aan de figuranten betaald werden de helft in zijn eigen zak verdween. Eén extreem boze lokale fixer omdat Karin het spel doorkreeg en daarom de lokale helpers rechtsreeks betaalde waardoor de lokale fixer níet in staat was de helft in zijn eigen zak te steken. Slechts één korte weblog bijdrage van mijn hand omdat de productie mij echt volledig in beslag nam. Zeven email-klachten dat mijn weblog gemist werd. Eén kater van een hele dag omdat ik bij de wrep-party vier glaasjes whisky van het Indiase merk “Black dog” dronk. Eén linnen pak op maat dat ik hier voor nog geen tachtig euro liet maken. Twee traditionele jurkjes voor mijn dochter die de uitgehuwelijkte wardrobe dame zo op mijn hotelkamer komt afleveren. Over twee dagen rijden Sander, Karin, Emanuel en ik per nachttrein naar Delhi. Over drie dagen nemen we daar het vliegtuig naar Delhi. Over vier dagen zie ik mijn vriendin en dochter weer.

Het zit erop.

Na zeven boeiende, hete, leerzame en vooral onvergetelijke weken.

 

Tags: , , .



Pelicula Bedrijfsfilms

Share |

Bedrijfsfilm?
Conceptontwikkeling?
Video Seo?

Automatisch geïnformeerd worden over nieuwe berichten?

Email adres:

Rubrieken

Laatste Berichten

Laatste reacties

Archief