Posts Tagged ‘sander francken’
* Tijd!
Toegevoegd op september 8th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Scenario, sander francken.
Ik ben weer thuis.
Terugkijkend is het voorbij gevlogen. Terugkijkend is het onvoorstelbaar dat ik nog maar een week geleden hoog in het Himalya gebergte verkeerde.
Terugkijkend.
De laatste week, toen de productieperiode er eenmaal opzat, duurde erg lang. Oneindig lang. Hopeloos lang.
Ik wilde maar een ding.
Naar huis. Naar mijn dochtertje. Naar mijn vriendin. Terug.
Hoe moet ik de afgelopen speelfilm productieperiode in Ladakh nu duiden?
De eerste weken, met de reeds uitgebreid beschreven hoogteziekte-perikelen, waren vreselijk.
De periode daarna voelde ik me ondanks – of dankzij, zo sprak de calvinist – het toch harde en vele werken, heerlijk. Tijdloos. In productie. Niets meer en niets minder.
De laatste week was, zoals reeds gezegd, wederom vreselijk. Kwetsbaar. Pestbaar.
Al met al…
Gemiddeld genomen…
Alles bij elkaar…
De voors en tegens tegen elkaar afgewogen…
Weet niet.
Veel zal afhangen van de komende periode.
Of er een mooie film uitkomt.
Of deze zal bijdragen aan mijn naam en faam als scenarioschrijver.
Of ik het weer enigszins weet bij te leggen met producent/regisseur Sander Francken.
Of de ideeën die ik in Ladkah heb opgedaan, alleen of samen met anderen, zoals een filmworkshop en een documentaire over de Ladakhse filmcultuur, geconcretiseerd zullen worden.
Of mijn vele contacten met boeddhisten, Hindi, Christenen en atheïsten bestendigd zullen worden.
Of…
De tijd zal het leren.
Zoals ook de plastic verzamelaar van Jodhur al beweerde.
Had ie toch gelijk!
* Einde als hoogtepunt
Toegevoegd op augustus 3rd, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.

Voordat Prem, onze chauffeur, de auto startte, bond hij een roodkleurige doek heel strak om zijn hoofd. Daarna haalde hij een smoezelig stripje onduidelijke pillen uit het dashboardkastje en legde dat grijpklaar in het bakje bij zijn versnellings-pook.
Hij kijk mij die op de stoel naast hem zat glimlachend aan.
“Against altitude sickness”, zei hij.
Prem slaagde er niet in me gerust te stellen.
Het stuk tot aan de eerste politiecontrole post viel reuze mee.
We waren hoogstens wat lacherig door de afnemende hoeveelheid zuurstof in onze hersenen. Karin zag ergens in het ons omringende gebergte een rode vogel en vervolgens een gele, die Sander en ik niet zagen. En wij weten dat plagerig aan de hoogteziekte die haar kennelijk al wel helemaal te pakken had en ons nog niet.
Lachen.
Vooral Sander was deze vroege ochtend opvallend energiek. Alsof hij wilde aantonen dat op hem, immers de bedenker van deze autorit door de bergen, de hoogteziekte totaal maar dan ook totaal geen vat kon krijgen.
“Wachten jullie maar op dat stempel van de politie, ik wandel wel naar Leh!”
Na de politiecontrole begon ik een licht hoofdpijntje te ontwikkelen, ergens schuin boven mijn linker oog.
Het begon zich vervolgens langzaam uit te breiden.
Ook voelde ik een soort van zeurende misselijkheid opkomen, niet alleen in mijn maag, maar in mijn hele lijf.
Prem bond zijn doek nog maar eens stevig vast. En achter ons op de autobank, waar Karin S. de Boer en Sander Francken tot dan toe gezellig zaten te keuvelen over breakdowns, aankomsttijden van crew-leden en productiebudgetten, viel het stil.
Ik trok de conclusie dat iedereen op zijn eigen manier stilletjes aan het lijden was. Hoewel het opvallend was hoe monter Sander zich bleef gedragen.
Ik denk dat het door het schuin hangen van de auto kwam, waardoor de organische vlonder in onze blaas in de war gebracht werd, maar we stopten om de haverklap voor een korte plaspauze. En per keer dat ik uit de auto stapte om ergens achter een rots mijn behoefte te doen, voelden mijn benen slapper en wiebeliger aan. Alsof ik langzaamaan een beetje dronken werd, wat in wezen ook zo was, want volgens de boekjes vallen de verschijnselen van hoogteziekte in zeker opzicht met hevige dronkenschap te vergelijken.
Toen we stopten bij een bergnederzetting met een wegrestaurant in een grote tent, waren hoofdpijn, misselijkheid en algemeen onbehagen voor mij nauwelijks meer te verdragen. Ik had het idee dat ik er het slechtst aan toe was van ons allemaal. Zo namen Karin en Sander een kopje soep, iets wat voor mij ondenkbaar was.
Prem vertelde mij dat we nu zo’n 4000 meter hoog waren en dat we nog maar twee pieken te gaan hadden, waaronder die van Taglang La op zo’n 5500 meter. En daarna zou het alleen nog maar lager gaan.
Wederom slaagde Prem er niet in me gerust te stellen.
5500 meter!
Pas later las en hoorde ik dat het absoluut is af te raden om als je je boven 3000 meter bevindt meer dan 500 meer per dag te stijgen. En dat het raadzaam is om dan minstens een hele acclimatisatie dag te nemen op 3500 meter en op 4000 meter. Dit alles om fatale AMS (Accute mountain sicknss) te voorkomen.
En wij knalden van iets meer dan 3000 meter naar 5500 meter, en daarna weer omlaag naar 3500 meter, en dat alles in één dag!
De kilometers die nu volgden waren de ergste kilometers uit mijn leven. Ik kon met geen mogelijkheid meer naar het zonder twijfel weer indrukwekkende Himalaya landschap kijken. Ik kon alleen nog maar schuin voorover in mijn gordels hangen met mijn linkerhand gedrukt tegen mijn linkerslaap om de hoofdpijn nog enigszins te onderdrukken. Ik kon nog net constateren dat het hier inderdaad, zoals voorspeld, geregend had en dat de toch al onmogelijke smalle bergpas die voortdurend zonder enige vorm van railing langs steile en diepe afgronden voerde, veranderd was in een glibberig langgerekt lint van blubber. Ik hoop dat de chauffeur minder last heeft dan ik, dacht ik nog. Maar eigenlijk kon dat me al weinig meer schelen. Als die lichamelijke pijn, die misselijkheid, die druk in mijn hoofd maar minder werd. Maar dat zat er niet in. We moesten nog minstens een kilometer stijgen. Ik greep naar de strip met pilletjes van de chauffeur. Zonder er verder over na te denken stak in er eentje in mijn mond en slikte die met een flinke slok water door. Het leek heel even te helpen. Of verbeeldde ik me dat? Ik voelde weer de neiging om te plassen opkomen. Maar ik probeerde die te onderdrukken. Ik was bang om uit de auto te stappen. Ik vertrouwde domweg mijn eigen benen niet meer. Achter mij hoorde ik Karin intens en diep kreunen. Ik had niet de kracht om achterom te kijken om iets bemoedigends tegen haar te zeggen. Ik merkte dat het pilletjes alweer was uitgewerkt. De hoogteziekte viel me weer van alle kanten aan.
“How far?”, kreunde ik tegen de chauffeur, die zijn hoofddoek al rijdend nog wat strakker trok.
“Not far”, gaf hij als antwoord.
“Fuck”, kreunde ik.
Plotseling moest ik denken aan vroeger. Ik was een jaar of 10 en speelde met de stoere schoffies uit onze buurt ergens op een bouwterrein. Ik was in een nauwe betonnen rioleerbuis gekropen. Net toen ik me helemaal naar binnen had gewurmd, realiseerde ik mij dat ik niet meer achteruit kon. En dat de uitgang aan de andere kant nog heel ver weg was. Ik voelde paniek opkomen maar wist ook dat als ik dat toeliet ik helemaal nooit meer uit die buis zou komen.
“Rustig blijven, rustig blijven!”, galmde het in mijn hoofd.
Was dat nu of was dat vroeger, die galm. Ik wist het niet meer.
“500 meters to go”, hoorde ik de chauffeur zeggen.
Hoopvol tilde ik mijn hoofd wat op. Ik zag inderdaad in de verte de weg in de hoogte verdwijnen, alsof er een verticale knik inzat.
En toen verschenen er opeens twee enorme gele bulldozers die kennelijk de opdracht hadden gekregen de blubberen bergpas wat meer begaanbaar te maken. Voor ons op de weg werden enorme blubberheuvels opgeworpen. Achter ons stopte een kleine vrachtauto en toen een toeristenwagen als de onze en toen nog een kleine vrachtwagen.
We zaten vast! Op nog geen driehonderd meter van de top. Vast. Op meer dan 5000 meter hoogte.
Onze chauffeur stapte uit en liep toch wat zorgelijk richting bulldozers.
Ook Sander stapte uit – deed hij alsof of was hij echt minder vatbaar, dat zou kunnen, op sommige mensen heeft de hoogteziekte, onafhankelijk van conditie of leeftijd, minder effect -en liep richting de blubberheuvels om eens poolshoogte te nemen.
Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe Karin de deur opendeed en zich half naar buiten liet vallen. Ik stapte uit en begon op mijn weke kauwgombenen als een idioot kleine stukjes heen en weer te waggelen. Als om de tijd te doden, als om niet verder na te hoeven denken.
Ik hoorde Karin in paniek gillen.
“Doorrijden godverdomme, ik val flauw, doorrijden.”
Ook mij werd het nu bijna zwart voor de ogen.
Een pilletje!, dacht ik nog, ik moet een pilletje hebben! En ik moet Rosalien weer zien. En Elsa. En mijn familie. En…
Er was geen tijd meer. Geen film. Geen bergen. Even ook geen Joost.
Een auto stopte naast me.
Iemand deed de deur open en nodigde me uit in te stappen.
Ik keek in een glimlachend gezicht, het glimlachend gezicht van onze chauffeur.
De weg was vrij!
Nog een paar honderd meter stijgen, een paar hond meter doorbijten. En daarna werd alles alleen nog maar beter.
Pas in de weken daarna, in ons rustieke hotel in Leh, werd me duidelijk wat voor een onverantwoordelijke idiote actie we ondernomen hadden. Zeker die laatste dag waarop zelfs een niet-reis advies was afgegeven vanwege de slechte staat van de wegen. Iedereen die maar iets van bergen afwist verklaarde ons voor gek vanwege wat we gedaan hadden.
Karin bleef nog 14 dagen ziek. Toen zij maar niet echt opknapte kreeg zij van de ANWB het advies zich per helikopter naar lager gelegen oorden te laten evacueren. Zij volgde dit advies niet op maar bleef nog even vertrouwen op de zware medicijnen die van zij van de lokale dokter die wij Charly Chaplin doopten kreeg.
Het gaat nu beter met haar.
Ik knapte iets sneller op. Een dag na aankomst ging ik alweer op locatiescout tocht. Maar ik heb wel het idee dat bij vlagen de hoogteziekte mij weer in haar macht krijgt. Opeens kan ik me misselijk voelen of extreem moe. En kleine pijntjes, zoals een stijve nekspier of een verkoudheidje, lijken veel meer genezings-tijd te vragen dan dat anders het geval is.
Sander had en heeft het minste last. Minder gevoelig voor hoogteziekte, waarschijnlijk. En hij slikte gedurende de hele reis het middel cellfood, dat er kort gezegd voor zorgt dat lichaamscellen meer zuurstof en voedingsstoffen absorberen.
Dit vertelde hij ons pas na afloop.
Enfin, we leven nog. En de Indiase productieploeg is compleet. En de Nederlandse geluidsman Ludo Keenis is – per vliegtuig, zo hoort het – gearriveerd. Alsmede cameraman Sal Kroonenberg en zijn assistent Dirk-Jan Kerkkamp. Allen voelden zij zich na een dag acclimatiseren prima.
We zijn nu volop in pre-productie. Over precies een week is de eerste opnamedag.
Over hoogteziekte wordt nauwelijks meer gesproken.
.

* Altitude
Toegevoegd op augustus 1st, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
Maar ik vind dat moeilijk. Ik bemerk een sterke neiging tot uitstellen, tot het uitsmeren van de spanningsboog, tot het maar niet toekomen aan het letterlijke hoogtepunt en lichamelijke dieptepunt van mijn “altitude sickness experience”.
Maar waarom dat getreuzel?
Faalangst, vermoed ik.
Ik denk dat ik bang ben niet in staat te zijn op te schrijven wat ik daar hoog in het Himalaya-gebergte ervaren heb.
Ik herinner mij dat kort nadat wij mijn tocht der tochten volbracht hadden, producent en regisseur Sander Francken zei dat hij de oversteek al met al met al de moeite waard had gevonden. Ik reageerde toen met het vol overtuiging roepen dat ik me nog nooit in mijn leven, nog nooit, zo onvoorstelbaar beroerd had gevoeld als vlak voor het bereiken van het hoogste punt.
Maar hoe dat gevoel in woorden te vatten? Hoe mijn hoogteziekte- ervaring in al haar misselijkheid, in al haar onbehagen, in volle verschrikking aan mijn weblog-lezers over te brengen?
Een bijna onmogelijke opgave.
Ik ga het proberen.
De dag dat we uit de bergsportplaats Manali vertrokken, beloofde een makkelijke dag te worden. Slechts 5 uur rijden tot onze nachtbestemming, zo had Prem, onze ervaren chauffeur ons voorgerekend. En weliswaar een zekere mate van stijging, maar we zouden die dag niet hoger uitkomen dan 2800 meter.
En het wérd ook een makkelijke dag, zeker in vergelijking met de daarop volgende.
Ik voelde iets van langzaam toenemende lichtheid in mijn hoofd, iets van beginnende slapheid in mijn ledematen ook. Maar ik had nog ruim voldoende energie en concentratie over om de gestage verandering in het berglandschap op te merken. Naarmate we stegen werd het steeds iets ruiger, iets rotsiger, iets minder groen. En voldoende tegenwoordigheid van geest om regelmatig van de steeds wisselende panorama’s te genieten.
En inderdaad, na iets meer dan 7 uur rijden, we hadden rustig aan gedaan, kwamen we aan bij het eenvoudige hotel “Ibex”, op zo’n 2800 meter hoogte.
Tijdens het sobere Indiase avondeten, zoals meestal veel prutjes en papjes met allemaal ongeveer dezelfde smaak, hield Karin S. de Boer, niet voor niets onze line producer, een vurig pleidooi waarvan de volle betekenis op dat moment niet tot me doordrong.
De planning was om de volgende dag in minmaal 12 uur in een ruk door te rijden naar Leh. Volgens Karin was dat gekkenwerk. Zij had namelijk onderzocht dat de bergpassen vanaf het punt waar we ons bevonden steeds smaller en steeds gevaarlijker zouden worden. En bovendien was er voor de volgende dag slecht, regenachtig weer voorspeld en zouden we onderweg over pieken van grote hoogte, eentje zelfs van 5000 meter, rijden. Karin betreurd dat ze sowieso met Sander en mij in de auto was gestapt en aan dit avontuur was begonnen – en niet gewoon van Delhi naar Leh was gevlogen. Maar nu dat niet meer terug te draaien was, zou het dan geen goed idee zijn de resterende reis naar Leh in tweeën te knippen? Zou het niet veiliger zijn om nu al te besluiten dat we halverwege de reis die we nog voor de boeg hadden onze intrek zouden nemen in een van de langs de route liggende tentenkampen? Al was het maar om iets meer rust te nemen en onze lichamen iets meer en iets langer de gelegenheid te geven aan het hoogteverschil te wennen.
Sander zag de noodzaak van Karin’s voorstel niet in. We zouden wel zien.
Mij ontbrak de kennis om Karin of Sander gelijk te kunnen geven. Bovendien vertrouwde ik erop dat Sander wist waar hij mee bezig was.
We zouden wel zien dus.
Moe van de twee dagen autorijden en misschien ook nog wel van de vliegreis van Amsterdam naar Delhi, en in de wetenschap dat we de volgende ochtend alweer om 6.00 zouden vertrekken, ging ik vroeg naar bed.
Al snel viel ik in een licht slaapje. En dat was kennelijk het moment waarop de hoogteziekte gewacht had om zijn eerst echte plaagstoot uit te delen. Want niet lang nadat ik mijn ogen gesloten had schrok ik wakker, onrustig en met een hart dat gezien zijn slagritme wanhopig op zoek was naar extra zuurstof.
Ik deed die nacht nauwelijks meer een oog dicht.
Aan de bleke hoofden bij de vroege ontbijttafel te zien, hadden ook Karin en Sander die nacht bezoek gehad van Klaas Altitude.Met het angstige besef dat het de komende uren alleen maar hoger en hoger zou gaan, stapte ik naast Prem in de auto.

* giechelen
Toegevoegd op juli 27th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
Vorig jaar, mei 2008, vlogen Sander Francken en ik in het kader van een researchonderzoek voor het speelfilm-drieluik project BARSONGS van Delhi naar Leh.
Bij aankomst in Leh, het op 3500 meter in het Himalaya gebergte gelegen hoofdstadje van Ladakh, een gebied in de Indiase provincie Jammu-Kashmir, voelden we ons prima. Een beetje raar, een beetje giechelig, maar prima.
We giechelden werkelijk om alles, die ochtend. Om de onverstaanbaar Engels sprekende chauffeur die ons naar ons hotel bracht, om de kleine besnorde hoteleigenaar, om zijn rare naam, Kakatori. We hadden de grootste lol om bijna niets.
Die middag maakten we een stevige wandeling, aten in de door het bergklimaat snel afkoelende eetzaal een maaltijd, namen een biertje, giechelden nog wat om het onervaren hotelpersoneel en gingen naar bed.
Zowel Sander als ik deden die nacht nauwelijks een oog dicht. De volgende ochtend stapten we allebei geradbraakt de ontbijtzaal binnen.
Misselijk, hoofdpijn, zweverig, flauw en ontzettend katerig.
Kortom, onze eerste kennismaking met hoogteziekte.
Hoogteziekte.
Toen we de reisgidsen en toeristenfolders er eens wat nauwkeuriger op nasloegen beseften we dat dit een van onze grootste hindernissen zou worden bij het in het Ladakhse hooggebergte realiseren van de korte speelfilm “Vader, dochter en dzo”. Die toen overigens nog “Vader, dochter en yak” heette.
Het kostte ons vijf dagen om aan de hoogte te wennen. Vijf dagen om de hoeveelheid rode bloedlichaampjes in ons lichaam op hoogte-peil te brengen. Vijf dagen om weer helemaal hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid vrij te zijn. Vijf dagen om weer normaal te kunnen slapen zonder steeds wakker te worden met hartklop- en benauwdheidverschijnselen.
Vijf kostbare research dagen.
Vijf dagen dat we slechts op halve kracht of nog minder konden werken.
Maar hoe kostbaar zou die acclimatisatie-periode wel niet worden als we hier met een filmploeg van algauw 40 niet-lokalen zouden zitten. Onder wie naar verwachting een Nederlandse cameraman, zijn assistent, een geluidsman, een line producer en wij, producent/regisseur en scenarioschrijver/Manus-van-alles.
Vijf potentieel verloren maar toch duurbetaalde productiedagen.
Daar moest iets op gevonden worden!
* BARDSONGS – vertrek naar Ladakh al 7 weken uitgesteld
Toegevoegd op juli 2nd, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, sander francken.
Omdat we nog steeds wachten op een filmpermissie van de Indiase autoriteiten om te mogen filmen in het kennelijk zeer moeilijke gebied Ladakh (Kashmir) zijn wij, Regisseur en producent Sander Francken, line producer Karin S. de Boer en scenarioschrijver Joost Schrickx, nog steeds niet afgereisd voor de pre-productie.
Uitstel is zeker geen afstel maar het duurt allemaal wel verdomd lang.
Als iedereen die deze weblog leest even wil duimen, komt het volgens Boeddhistisch gebruik vast nog wel goed.
Dus waar wacht u nog op?!
* Televisie-uitzending van Nederlandse documentaire “Dealing and Wheeling in Small Arms”
Toegevoegd op juni 11th, 2009 door admin. Opgeslagen onder sander francken.
DEALING AND WHEELING IN SMALL ARMS op
maandag 29 juni om 23:30 uur (NET 2 / Llink).
DEALING AND WHEELING IN SMALL ARMS (2007) van regisseur en producent Sander Francken (scenario: Joost Schrickx, in samenwerking met Josh Lacey en Sander Francken zelf) vertelt over de schimmige handel in kleine wapens. De film volgt ondermeer de stroom van ingezamelde wapens die onder toezicht van Europese strijdkrachten vanuit voormalig Joegoslavië door handelaren worden verscheept naar Centraal Afrika. Dit terwijl de internationale gemeenschap miljoenen euro’s investeert in wapenvernietigingprojecten. Het blijft allemaal dubbelspel: de economische en politieke belangen krijgen voorrang boven de internationale veiligheid, met name in Europa, een van de grootste wapenleveranciers ter wereld. Er is vooralsnog geen wetgeving of gezaghebbend orgaan om de wapenhandel te reguleren of in te dammen. Per jaar exporteert de EU voor meer dan 800 miljoen euro aan handvuurwapens – meer dan Noord-Amerika en Azië samen.
Met de film wordt een overtuigend pleidooi gehouden voor de stelling dat handvuurwapens een grotere bedreiging vormen voor de wereldvrede dan zware wapens. ‘Kleine wapens zijn makkelijk te transporteren en te bedienen. En ze worden steeds lichter gemaakt door gebruik van kunststof, waardoor ze ook door kinderen bediend kunnen worden. Small arms gaan vijftig tot honderd jaar mee, hebben amper onderhoud nodig en de benodigde munitie is makkelijk te krijgen. Vooral in de economisch zwakste gebieden op aarde vallen ze in verkeerde handen’, aldus regisseur, producent, scenarioschrijver en 2nd unit cameraman Sander Francken.
DEALING AND WHEELING IN SMALL ARMS (2007) werd eerder vertoond tijdens VN conferenties in New York, Genève en Wenen, in het Europees Parlement te Brussel, in Nederlandse bioscopen en werd in januari j.l. uitgebracht in New York, verkocht aan een groeiend aantal buitenlandse TV zenders en vertoond op een keur aan filmfestivals, o.a. het International Documentary Festival Guanghzou (China), het Bagdad Film Festival, het International Film Festival Zanzibar, het Aarhus International Filmfestival in Denemarken.
* BARDSONGS – Derde Opname Dag alweer
Toegevoegd op maart 20th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.
En toen lag opeens opnamedag drie alweer achter ons. Waarvan ik overigens de dag van vandaag door omstandigheden maar voor de helft heb meegemaakt. Maar daarover later meer.
Valt er dan niets te vertellen over zo’n opnamedag, dat ik de laatste dagen geen enkele keer iets voor de weblog heb geschreven?
Zeker wel.
Al was het maar hoe bijzonder het is dat een verhaal dat we maanden geleden geschreven hebben en waarvoor we de afgelopen weken hard hebben lopen produceren, nu opeens echt wordt. Dat nu opeens de locaties eruit zien zoals het min of meer in het scenario beschreven staat. En dat die locaties nu bevolkt worden door wezens van vlees en bloed, een vader Ravi, een moeder Jivika, een zoon Sahir, soldaten, bevriende buurtbewoners met cadeautjes, een mannetjes-, een vrouwtjes- en een baby-kameel en vele, vele andere figuren, zoals die in het scenario gecreëerd zijn.
Maar waarom dan toch geen weblog?
De dagen zijn eenvoudigweg te zwaar, te opslokkend, om nog energie te hebben om te kunnen nadenken en schrijven. Behalve vandaag dan, waarover later meer.
Hoe ziet zo’n opnamedag eruit dan?
In vogelvlucht.
Wakker worden om half zes als het nog donker is. Vervoer naar de set, de afgelopen dagen met name de plek waar Ravi met zijn familie woont. Ontbijten met de hele crew als de zon zo’n beetje op is. Werken in de met het uur meer brandende zon. Shot voorbereiden en ‘dressen’. Oefenen met de acteurs. Klaar voor opnames. Meestal eerst een mislukte take. Dan vaak nog een mislukte take. En met de derde take, of soms zelfs na meer, we hebben al een slate met 10 takes gehad, gaat het goed. Tegen-shot of shot opstelling afbreken. Volgende shot. Aan een ruk door. Met 50 man crew. Van regisseur tot aan de zeer nodige vertalers tot aan mensen die het verkeer waar en wanneer nodig tegenhouden. Onafgebroken werken tot aan twee uur ’s middags. Dan een lunch van een half uur. Beetje bijpraten, beetje bijkomen. En dan weer non-stop doorwerken tot een uur of zeven als het alweer donker aan het worden is.
Terug naar het hotel. Biertje drinken op de kamer dat voelt als een kratje. Eten. Uitgeput naar bed. Wekker op half zes.
En dan zeker nog een weblog schrijven. Ben jij gek!?
Behalve vandaag dan. Mijn oogontsteking die al weken sluimerend aanwezig is, dan weer in het ene oog, en dan weer in het andere, stak vandaag in alle hevigheid de kop op. Het was gewoon niet meer te verdragen. Daarom bracht local fixer Harendra Pal me tegen het middaguur naar een dokter. Een volle wachtkamer maar ik mocht voor. Omdat ik nu eenmaal buitenlander ben. Heerlijk, deze keer. De dokter keek heel even in mijn ogen en schreef me toen oogdruppels voor. Die ik ieder uur moest innemen. Maar toen we weer buiten stonden raadde Harendra Pal me aan om ze om de drie uur in te nemen omdat deze dokter erom bekend staat te overdrijven.
Lekker is dat.
Maar het is wel een vakman want ik heb de druppels nu drie keer ingenomen, en mijn ogen voelen al een stuk beter.
Je hebt hier trouwens wel meer vakmannen. Zo’n twee weken terug was ik bij een lokale kapper. Die een uur bezig was met hele, hele kleine, minuscule stukjes haar van mijn hoofd te knippen. Om me een David Beckham kapsel te geven, zoals de kapper zei. Toen hij klaar was zag je dat hij het netjes gekamd en geföhnd had, maar voor de rest leek er weinig aan mijn haar veranderd. Maar nu bijna week weken later ziet het er nog steeds gekamd en geföhnd uit terwijl ik er helemaal niets meer aan gedaan heb.
Het is super zwaar, dat filmen. Maar ik maak wel veel bijzondere dingen mee, hier in India. Toch wel jammer dat ik zo weinig tijd en energie heb om erover te schrijven.
* Bardsongs – plastic geluk
Toegevoegd op maart 9th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.
Door alle drukte en perikelen rondom de film productie vergeet ik soms gewoonweg om om me heen te kijken naar de in mijn westerse ogen vaak waanzinnige Indiase maatschappij. En ik vergeet al helemaal om erover te schrijven. (Gelukkig maar, zullen sommigen denken, anders zou het bombardement van webogs helemaal niet meer te harden zijn.)
We laten ons alsof we dat al jaren doen vervoeren door de totaal chaotische en nooit aflatende verkeersdrukte. Als we al locatie zoekend een of meer koeien op straat tegenkomen lopen we er gewoon omheen zonder er verder acht op te slaan. En als we aangesproken of aangeraakt worden door een van de vele in lompen geklede bedelmeisjes geven we soms wat roepies, maar kijken daar verder ook niet meer van op.
Toch zijn er momenten dat de onvoorstelbare verschillen tussen arm en rijk en de consequentie van het onofficieel nog steeds bestaande kastensysteem zich onvermijdelijk aan me opdringen. Soms leidt dat tot een moment van boosheid of onbegrip, soms tot totale verwarring, een enkel keer uitmondend in inzicht.
Zo’n laatste moment was er vandaag.
Deze zondagmiddag bezochten Sander, ik en een aantal Indiase productie- en assisent-productie-mannen een afvalplastic verzamelplaats aan de rand van Jodhpur.
Wat een smerige bende.
Overal lag het vuile plastic meters hoog opgestapeld en daartussen zaten oude gesluierde vrouwen met gebogen rug en smerige handen de rommel fles voor fles en dop voor dop op soort en kleur te sorteren. Zeven dagen per week, vertelde de trotse eigenaar die ons rondleidde. Meer dan twaalf uur per dag. En iedere dag weer nieuwe ladingen plastic.
Het stonk er zurig naar vuilnisbelt.
Toen de eigenaar alweer op weg was naar een andere afdeling om zijn plastic-pers te demonstreren bleven Sander en ik nog even staan om wat foto’s te maken en wat te filmen. Kennelijk omdat de baas uit zicht was, deden bijna alle vrouwen hun sluier af.
En toen bleken ze helemaal niet oud te zijn! Maar jong. En uitgesproken fris. En ze lachten blij naar ons en soms zelfs wat flirterig. Ze maakten eigenlijk een bijzonder gelukkige indruk. Zoiets van, we zijn nu eenmaal lid van de laagste klasse, die van de Dalits, dus dit is wat we doen en we doen het met overgave en plezier.
Tenminste, dat is wat ik dacht te zien. Onvoorstelbaar.
En op een of andere manier ben ik daar nu, allang weer terug op mijn schone en opgeruimde hotelkamer, nog steeds van onder de indruk.
Ik ga maar eens een koud Kingfisher biertje bestellen. En dan kijken of er nog bemoedigende emailtjes van vrienden uit Nederland zijn.
* Bardsongs – Tijd dringt
Toegevoegd op maart 6th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario, sander francken.
Afgekeurde poort
Het gaat er nu toch een beetje om spannen. En iedereen is moe na twee en een halve week non-stop hard werken. Karin heeft lichte buikloop. Sander al een paar dagen een iets zwaardere versie daarvan. En mijn ogen zijn ontstoken.
Los daarvan voel ik me eigenlijk toch nog wel vrij rustig en ook gezond – Zonder huilende dochter en snurkende vriendin haal ik hier in India voor mijn gevoel een stuk van mijn in Nederland verloren nachtrust in. Maar ik merk toch ook dat het aantal misverstandje en ergernisjes begint toe te nemen.
Neem het casting systeem.
Van ieder van de bijna vierhonderd deelnemers hebben we – volgens methode Karin – een foto gemaakt met nummer op de borst geplakt. Vervolgens dit nummer op een formulier geplakt en daarop ook de gegevens van de kandidaat, naam, leeftijd, maten, opgeschreven. En tenslotte alle foto’s, grof gesorteerd naar geslacht en leeftijdscategorie, op de computer opgeslagen.
Waterdicht, zoals ik al eerder schreef.
Maar toen ik gisteren met een weer lichtelijk herstelde Sander om de tafel zat om de kandidaten nog eens door te nemen en wat specifieker keuzes te maken, keek hij een tijdje verwonderd naar de enorme stapel formulieren. En vroeg toen waarom er op de formulieren geen foto’s van de kandidaten zaten.
Tja.
Karin legde in eerste instantie de schuld bij mij. Ik had de casting procedure niet naar behoren afgerond. Ik had die foto’s moeten printen.
Wederom tja. Wist ik veel.
Een uur later bleek Karin toch zelf alle foto’s geprint te hebben.
Over een paar foto’s!
Terwijl we goddomme hier zijn om een hele film te maken!
Ach.
Ik ben nu zelf aan de slag gegaan met de foto’s. En de software voor de productieprinter ook op mijn eigen laptop geïnstalleerd. En heb nu op mijn knietjes in de kamer van Karin – mijn hotelbuurvrouw – de missende foto’s uitgeprint. En we deden alweer gewoon weer aardig tegen elkaar.
Maar de druk neemt natuurlijk toch wel toe.
Wat je wil.
De lokale productie heeft aangegeven toch wel twee weken nodig te hebben om voor de verschillende locaties de benodigde vergunningen te regelen. Terwijl de crew al op 15 maart arriveert.
Genoeg reden voor stress dus.
Die om een of andere reden toch niet echt vat op me kan krijgen. Ik zie het wel. Ik heb het volste vertrouwen in de intuïtie van Sander en de ratio van Karin. En ik word zo in beslag genomen door alles wat ik meemaak, leer en doe en voel me er zo goed bij dat er in mijn hoofd nauwelijks ruimte is voor iets als zorgen.
Zorgen zijn toekomst, terwijl de dagen hier zo onvoorstelbaar snel voorbij knallen dat het al moeilijk genoeg is om het heden bij te houden.
Stress of niet, toch gaat het erom spannen.
* Bardsongs – Cherry pickers en koekenbakkers
Toegevoegd op maart 4th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.
Het was een paar dagen stil op deze weblog. Wat niet wil zeggen dat we hier in Jodhpur hebben stilgezeten.
Even een kort overzicht.
We hebben een cherry-picker gevonden. Een hoogwerker. Ik vind de Engelse benaming mooier. Kersenplukker. Het starten en landen ermee gaat te wild om door een camera te kunnen worden opgevangen. Maar daar tussenin stijgt en daalt ie vrij regelmatig in een tamelijk rechte lijn. We zullen hem vooral nodig hebben voor het allerlaatste shot van de film waarbij de file waarin de zoon van de hoofdpersoon zich bevindt langzaam in het gekrioel van de rest van de stad zal opgaan.
Zie je het voor je?
Over de hoofdpersoon gesproken. De zomaar op een plein ontdekte zigeunerachtige man met de voor ons ideale uitstraling die daar in een open bijna middeleeuwse keuken zoetwaren aan het bakken was is in ons hotel langs geweest. Het is een schitterende vent – of beter mannetje eigenlijk – want hij is bijzonder klein van stuk. Zijn bijnaam is ‘Nirmal’, wat zacht betekent. Toen hij binnenkwam – geschoren en gebad en in zijn nette kleren – was hij even heel verlegen. Maar hij kwam al heel snel los en vertelde ons – in Hindi en vervolgens vertaald door onze tolk Iqrar – dat zijn vrouw en kinderen in Calcutta wonen, dat hij 35 is en geen enkele acteerervaring heeft maar voor ons ‘zeker de juiste man is’. Het belangrijkste echter: hij bleek redelijk te kunnen acteren. Sander vroeg hem een hoteltrap op te gaan en op de verdieping rond te kijken terwijl Sander hem met zijn kleine camera volgde. Hij deed meteen wat hem werd opgedragen, zonder verder nadenken en het zag er heel naturel uit. Het had iets droevigs, iets melancholieks zoals hij daar nadenkend en rondkijkend over de eerste verdieping dwaalde.
Mooi.
En toen Sander hem vroeg of hij dan geen enkele camera-angst had gaf hij een antwoord dat ook Ravi, onze hoofdpersoon, gegeven zou kunnen hebben. “Ik zit de hele dag naast het helse vuur van de bakkerij, waarom zou ik dan bang zijn voor een camera?”
We hebben dus een Ravi. Waarschijnlijk. Hij heeft nog niet alle testen doorstaan. En, ook niet onbelangrijk, dan moeten we er ook nog een passende zoon, een Sahir, bij kunnen vinden.
Daartoe hadden we gisteren een tweede casting dag.
Eerst 20 volwassen mannen. Je weet immers maar nooit of we nog zo’n ‘natuurtalent’ als Nirmal ontdekken – niet dus – maar bovendien hebben we nog talloze marktkoopmannen, goudsmeden, buurmannen, een brahmaan en andere passanten nodig.
En daarna 20 jongens. (Zie de foto’s.) Maar de echte Sahir zat er jammer genoeg nog niet tussen. Twee jongens leken een beetje op Nirmal. Maar bij de improvisatieoefening die ze vervolgens kregen – je staat in een file, mensen achter je worden boos en beginnen te schelden, jij wordt ook boos en scheldt terug – bleken ze helaas niet overtuigend te kunnen acteren. Dus een Sahir hebben we nog steeds niet. Terwijl de tijd dringt.
Wat we ook nog niet hebben is een geschikte kamelenkar. Geen onbelangrijk rekwisiet, gezien de smalle straatjes van de oude stad. Alle karren de we toe nog toe gezien hebben bleken te breed te zijn. Een geïmproviseerde ezelkar die we aantroffen in een arm deel van de stad waar in de middenberm een zestal mensen tussen de razend auto’s, scooters en tjoektjoeks in lag te slapen, kwam nog het dichtst in de buurt. De eigenaar van de kar kon nauwelijks geloven dat er opeens mensen waren, onder wie zelfs twee Europeanen, die belangstelling voor zijn kar hadden. Hij kwam enthousiast van de overkant van de weg aanrennen, bleef ons de hele tijd breed lachend aankijken en toen wij alweer in ons busje zaten en wegreden stond hij nog steeds ongelovig en met andere ogen dan ooit naar zijn eigen kar te staren.
“Mijn kar, wie had dat ooit durven dromen…?”
Waarschijnlijk laten we uiteindelijk toch een kamelenkar nabouwen, maar dan een smalle versie.
Ook de helft van het aantal locaties staat nog maar vast. En onze Indiase productieleider blijft maar voor problemen zorgen. Blijft bijvoorbeeld maar proberen bij iedere wind- of rookmachine minsten twee goedbetaalde Indiase personeelsleden te leveren en als het even kan ook nog een aantal Indiase assistenten. Niet geheel onverwacht overigens. Voor dit soort Indiase praktijken zijn we voor vertrek reeds uitgebreid gewaarschuwd. Karin blijft daarom – ik vind dat echt knap – haar poot stijf houden.
“Nee, een persoon per machine, en geen assistenten. En er wordt alleen salaris betaald voor dagen dat we de rook- of windmachine daadwerkelijk gebruiken. Anderen dagen slechts een dagvergoeding. Punt. Geen discussie. Klaar.”
Sander heeft zich voor vandaag ziek gemeld en blijft in bed. Of in ieder geval in de buurt van zijn toilet.
De helft van de Nederlandse making of crew (namelijk Marthe) is gisteravond reeds gearriveerd. De andere helft (Floor) heeft in Goa in Zuid-India een scooterongelukje gehad en ligt met open wonden in het ziekenhuis.
Nog een kleine twee weken en dan arriveert de Nederlandse en een paar dagen later ook de Indiase film crew. Dan moet alles klaar staan.
Ok…
Pelicula Bedrijfsfilms
Rubrieken
Laatste Berichten
- Discussie met Peter Vonk
- Duurzaam en green filmmaking
- video seo filmpublicatie met extras
- Veiligheid op de werkvloer – Industriële Bedrijfsfilm
- VIDEO SEO Experiment – de eerste resultaten
Laatste reacties
- admin on Discussie met Peter Vonk
- Peter on Discussie met Peter Vonk
- admin on Discussie met Peter Vonk
- Arjan on Discussie met Peter Vonk
- admin on Discussie met Peter Vonk
