Posts Tagged ‘joost schrickx’
* Tijd!
Toegevoegd op september 8th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Scenario, sander francken.
Ik ben weer thuis.
Terugkijkend is het voorbij gevlogen. Terugkijkend is het onvoorstelbaar dat ik nog maar een week geleden hoog in het Himalya gebergte verkeerde.
Terugkijkend.
De laatste week, toen de productieperiode er eenmaal opzat, duurde erg lang. Oneindig lang. Hopeloos lang.
Ik wilde maar een ding.
Naar huis. Naar mijn dochtertje. Naar mijn vriendin. Terug.
Hoe moet ik de afgelopen speelfilm productieperiode in Ladakh nu duiden?
De eerste weken, met de reeds uitgebreid beschreven hoogteziekte-perikelen, waren vreselijk.
De periode daarna voelde ik me ondanks – of dankzij, zo sprak de calvinist – het toch harde en vele werken, heerlijk. Tijdloos. In productie. Niets meer en niets minder.
De laatste week was, zoals reeds gezegd, wederom vreselijk. Kwetsbaar. Pestbaar.
Al met al…
Gemiddeld genomen…
Alles bij elkaar…
De voors en tegens tegen elkaar afgewogen…
Weet niet.
Veel zal afhangen van de komende periode.
Of er een mooie film uitkomt.
Of deze zal bijdragen aan mijn naam en faam als scenarioschrijver.
Of ik het weer enigszins weet bij te leggen met producent/regisseur Sander Francken.
Of de ideeën die ik in Ladkah heb opgedaan, alleen of samen met anderen, zoals een filmworkshop en een documentaire over de Ladakhse filmcultuur, geconcretiseerd zullen worden.
Of mijn vele contacten met boeddhisten, Hindi, Christenen en atheïsten bestendigd zullen worden.
Of…
De tijd zal het leren.
Zoals ook de plastic verzamelaar van Jodhur al beweerde.
Had ie toch gelijk!
* Het feest
Toegevoegd op augustus 9th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.
Waar mijn hart is...
Morgen gaat het feest dan eindelijk beginnen.
De eerste opname dag.
Morgen is een kleine keuken in een oud huisje in het dorpje Nang ingericht als plek waar de zanger Tsiring Stanzin, begeleid door zangeres en percussionist en gadegeslagen door een publiek van zo’n twaalf mannen, vrouwen en kinderen in winterkleren, met een sfeervol vuurtje in het midden, de soundtrack van “Father, daughter and dzo” ten gehore gaat geven.
Een lange zin, waarmee ik dan ook de hele eerste opname dag van morgen samenvat.
Ik heb mijn mobiel opgeladen.
Heb script, continuïteitsrapporten en cast-overviews uitgeprint.
Potlood geslepen, stopwatch getest, lippenbalsum aangeschaft.
Fotocamera opgeladen.
Extra tas voor alle cadeautjes, kettingen, kleden, shawls, olifantjes, tasjes, T-shirts gekocht.
Ben er zo goed als klaar voor.
Moet nu alleen mezelf nog opladen.
Na vier weken voorbereiden en tegelijkertijd de hoogteziekte perikelen en herinneringen een plaats geven, ben ik toe aan film-actie maar voel ik me er ook heel ver vandaan. Ben ik met mijn hoofd nu, zondagmiddag in mijn hotelkamertje terwijl het buiten heter en heter begint te worden;
Terwijl local fixers beneden zenuwachtig door de tuin lopen om de laatste eindjes aan elkaar te knopen;
Terwijl de Dalai Lama vanochtend in Leh gearriveerd is om daar de komende tijd wat lezingen te geven
meer bij thuis en mijn familie
dan bij vader Sonam, dochter Padma en hun dzo
die ze in het dorp gaan verkopen om eindelijk ook eens een mobiele telefoon aan te kunnen schaffen.
Kan mij het wat schelen?
Morgen wel.
Morgen gaat het beginnen.
De eerste dag van 17 aangesloten opnamedagen. Zonder rustdag. Half zes op, met donker weer thuis. Rijden, ontbijten, repeteren, filmen, filmen, lunchen, repeteren, filmen, filmen, rijden, dineren, slapen.
Zeventien keer.
Non stop.
Hopelijk wordt het een feest.
* Oren wassen
Toegevoegd op augustus 6th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario.
Er zit een oudere man met verzorgde grijze baard langs de kant van de een van de kleinere zijstraten van Leh.
“Are you Italian?”, vraagt hij mij als ik langs hem loop.
“No.”, zeg ik en blijf even stilstaan.
“American?”
“No.”
“Sweden, Germany, France?”
“No, no. no.”
“Poland?”
“Eh…no.”
“Holland?”
“Yes!”
“I thought so.”
Hij haalt een klein schriftje tevoorschijn en slaat dat ergens in het midden open. Hij toont mij de voorliggende bladzijden.
Ik lees.
Het zijn twee in het Nederlands gestelde briefjes.
Beide schrijvers hadden enorme last van hun oren. Suizingen, pus, slecht horen.
Totdat ze deze Indiase man tegenkwamen.
Nu pas zie ik dat op de muur van het pandje achter de man een briefje hangt:
“Ear cleaning champion.”
“Are your ears clean?”, vraagt hij me.
“Yes, I think they are clean.”
“Sure?”
“Eh, Yes.”
“Shall I have a look?”
“No, no, they are clean.”
“I know people who say that their ears are clean and then they appear to be dirty.”
“Ok.”
“I also know people who think they have dirty ears and then I find they are clean.”
“Yes…”
De man haalt een naald met daarop een plukje watten uit zijn borstzakje te voorschijn.
“Shall I have a look?”
“No, no sir. Really, it is not necessary.”
Hij bergt de naald weer op.
“Ok. See you next time?”
“Yes, see you next time.”
* Altitude
Toegevoegd op augustus 1st, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
Maar ik vind dat moeilijk. Ik bemerk een sterke neiging tot uitstellen, tot het uitsmeren van de spanningsboog, tot het maar niet toekomen aan het letterlijke hoogtepunt en lichamelijke dieptepunt van mijn “altitude sickness experience”.
Maar waarom dat getreuzel?
Faalangst, vermoed ik.
Ik denk dat ik bang ben niet in staat te zijn op te schrijven wat ik daar hoog in het Himalaya-gebergte ervaren heb.
Ik herinner mij dat kort nadat wij mijn tocht der tochten volbracht hadden, producent en regisseur Sander Francken zei dat hij de oversteek al met al met al de moeite waard had gevonden. Ik reageerde toen met het vol overtuiging roepen dat ik me nog nooit in mijn leven, nog nooit, zo onvoorstelbaar beroerd had gevoeld als vlak voor het bereiken van het hoogste punt.
Maar hoe dat gevoel in woorden te vatten? Hoe mijn hoogteziekte- ervaring in al haar misselijkheid, in al haar onbehagen, in volle verschrikking aan mijn weblog-lezers over te brengen?
Een bijna onmogelijke opgave.
Ik ga het proberen.
De dag dat we uit de bergsportplaats Manali vertrokken, beloofde een makkelijke dag te worden. Slechts 5 uur rijden tot onze nachtbestemming, zo had Prem, onze ervaren chauffeur ons voorgerekend. En weliswaar een zekere mate van stijging, maar we zouden die dag niet hoger uitkomen dan 2800 meter.
En het wérd ook een makkelijke dag, zeker in vergelijking met de daarop volgende.
Ik voelde iets van langzaam toenemende lichtheid in mijn hoofd, iets van beginnende slapheid in mijn ledematen ook. Maar ik had nog ruim voldoende energie en concentratie over om de gestage verandering in het berglandschap op te merken. Naarmate we stegen werd het steeds iets ruiger, iets rotsiger, iets minder groen. En voldoende tegenwoordigheid van geest om regelmatig van de steeds wisselende panorama’s te genieten.
En inderdaad, na iets meer dan 7 uur rijden, we hadden rustig aan gedaan, kwamen we aan bij het eenvoudige hotel “Ibex”, op zo’n 2800 meter hoogte.
Tijdens het sobere Indiase avondeten, zoals meestal veel prutjes en papjes met allemaal ongeveer dezelfde smaak, hield Karin S. de Boer, niet voor niets onze line producer, een vurig pleidooi waarvan de volle betekenis op dat moment niet tot me doordrong.
De planning was om de volgende dag in minmaal 12 uur in een ruk door te rijden naar Leh. Volgens Karin was dat gekkenwerk. Zij had namelijk onderzocht dat de bergpassen vanaf het punt waar we ons bevonden steeds smaller en steeds gevaarlijker zouden worden. En bovendien was er voor de volgende dag slecht, regenachtig weer voorspeld en zouden we onderweg over pieken van grote hoogte, eentje zelfs van 5000 meter, rijden. Karin betreurd dat ze sowieso met Sander en mij in de auto was gestapt en aan dit avontuur was begonnen – en niet gewoon van Delhi naar Leh was gevlogen. Maar nu dat niet meer terug te draaien was, zou het dan geen goed idee zijn de resterende reis naar Leh in tweeën te knippen? Zou het niet veiliger zijn om nu al te besluiten dat we halverwege de reis die we nog voor de boeg hadden onze intrek zouden nemen in een van de langs de route liggende tentenkampen? Al was het maar om iets meer rust te nemen en onze lichamen iets meer en iets langer de gelegenheid te geven aan het hoogteverschil te wennen.
Sander zag de noodzaak van Karin’s voorstel niet in. We zouden wel zien.
Mij ontbrak de kennis om Karin of Sander gelijk te kunnen geven. Bovendien vertrouwde ik erop dat Sander wist waar hij mee bezig was.
We zouden wel zien dus.
Moe van de twee dagen autorijden en misschien ook nog wel van de vliegreis van Amsterdam naar Delhi, en in de wetenschap dat we de volgende ochtend alweer om 6.00 zouden vertrekken, ging ik vroeg naar bed.
Al snel viel ik in een licht slaapje. En dat was kennelijk het moment waarop de hoogteziekte gewacht had om zijn eerst echte plaagstoot uit te delen. Want niet lang nadat ik mijn ogen gesloten had schrok ik wakker, onrustig en met een hart dat gezien zijn slagritme wanhopig op zoek was naar extra zuurstof.
Ik deed die nacht nauwelijks meer een oog dicht.
Aan de bleke hoofden bij de vroege ontbijttafel te zien, hadden ook Karin en Sander die nacht bezoek gehad van Klaas Altitude.Met het angstige besef dat het de komende uren alleen maar hoger en hoger zou gaan, stapte ik naast Prem in de auto.

* Mr. Johnson
Toegevoegd op juli 30th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
Vrijdagnacht kwamen we aan in Delhi. We werden van Delhi airport opgehaald door Kawal en Mukul, de Indiase Unit Production Manager en 1st Assistant Director die ons ook al in Rajasthan bij de realisering van episode 2 van BARDONGS, het scenario van de Plastic Collector, terzijde gestaan hadden.
Zij brachten ons naar het Habitat hotel, onderdeel van het grote, ruimtelijke en rustige Habitat Internationaal Cultuur Centrum. Daar konden we in alle rust voorbereiden, aan elkaar wennen en relaxen alvorens de grote oversteek per auto naar Leh te maken.
Het Habitat gebouw is inderdaad indrukwekkend en rustgevend, maar het moet gezegd dat de hotelkamers daarbij vergeleken wat saai, houterig en benauwd waren. (Mocht u overwegen ook eens een weekendje in Delhi door te brengen, houdt daar rekening mee.)
Die zaterdag sliepen we vooral uit – volgens ons Nederlandse ritme was het immers nog steeds zo’n drie-eneenhalf uur vroeger -, wandelden op onszelf wat rond en hadden een soort van voor-pre-productie-overleg met Kawal en Mukul.
We forceerden ons die avond ondanks het tijdsverschil vroeg naar bed te gaan want die volgende ochtend om zes uur, half drie Nederlandse tijd dus, zou een geoefende en ervaren chauffeur het terrein van Habitat oprijden om Sander Francken, Karin S. de Boer en mijzelf in drie dagen naar Leh te brengen.
Waarom gingen we ook alweer met de auto en niet met het vliegtuig?
Welnu.
De geleidelijke stijging van deze auto op zijn weg naar het op 3500 meter hoogte gelegen Leh zou dus, zo was de bedoeling,de verschijnselen van hoogteziekte onderdrukken.
De eerste dag van ons drie-daagse avontuur was prachtig. Nadat we Delhi waren uitgereden, werd het landschap steeds heuvel- en bergachtiger.
Groen, afwisselend, aantrekkelijk en nog tameljk onschuldig.
Ondanks wel degelijk enkele ruige stukken Himalya waar we doorheen reden, als voorbodes van wat komen ging, had ik niet het idee dat dit het meedogenloze gebergte was waar veel mensen ons voor gewaarschuwd hadden.
Toen we na zo’n 10 uur rijden in de buurt van de Indiase bergsportplaats Manali kwamen, moest ik zelfs af en toe aan de vredige Alpen denken. In de aan de overkant van de rivier die ons begeleidde netjes tegen de bergwand opgestapelde licht-kleurige huisjes herkende ik af en toe stukjes Luzern, koblenz en Grenoble. En zelfs moest ik een keer denken aan de huizenrij aan de rivier die je ziet als je Arnhem binnenrijdt. Maar dat kwam waarschijnlijk vooral omdat ik daar de laatste tijd vaak geweest ben i.v.m. de documentaire over adhd die we daar gedeeltelijk gedraaid hebben.
Aangekomen in het lokaal-toeristische centrumpje van Manali namen we ons intrek in het ruim opgezette, enigszins aan een groot chalet doen denkende ‘Johnson resort, opgericht in 1920’.
Altijd tot de verbeelding sprekend, vind ik, historische familie-verhalen.
Johnson diende jarenlang als arts in het Engelse leger in het huidige Pakistan. Zijn vrouw kon niet wennen aan het klimaat, de toendertijd extreem grote afstand tot haar familie – slechts uit te drukken in jaarreizen – en de Indiase gewoontes. Zij keerde terug naar Engeland en liet Johnson alleen achter.
Toen Johnson op leeftijd gekomen was, verliet hij het leger en kocht een stukje grond in het toen al als oase in het Himalaya gebergte bekend staande Manali. Daar stichtte hij een soort herberg voor berggangers, avonturiers, missionarissen en handelslui. Hij beheerde de herberg na verloop van tijd samen met zijn meer dan 60 jaar jongere Indiase vrouw, die hij in Manali leerde kennen. Naar zeggen trouwde zij vooral met hem om het geld, er daarbij vanuit gaande dat door de meer dan 85-jarige man geen nakomelingen meer geproduceerd konden worden.
Zij vergiste zich.
Hun zoon bouwde de herberg uit tot het hotel-bar-restaurant resort wat het nu is.
Dit alles werd ons verteld door de kleindochter van de stichter; ook diens zoon, haar vader dus, trouwde een Indiase, wat zeker in die tijd toch vrij uitzonderlijk was, nog steeds wel eigenlijk, en kreeg twee zonen en een dochter.
Op een of andere manier maakte de Johnson’s kleindochter geen gelukkige indruk op mij, staande in de weelderig hoteltuin en af en toe wat instructies roepend naar twee werklui die bezig waren een soort van BBQ te bouwen. Alsof ze tussen twee werelden was ingevallen; alsof de reis van een paar jaar die haar opa van Engeland scheidde ook voor haar nog voelbaar was, terwijl ze zich tegelijkertijd duidelijk ook totaal niet met de Indiër kon identificeren.
Ik had geen tijd om hier lang bij stil te staan want we moesten verder. Verder en vooral hoger.
Nog twee dagreizen, waarvan ik vooral de tweede nooit meer vergeten zal, scheidden ons nog van Leh, hoofdstad van Ladakh.
Sander Francken en chauffeur
* giechelen
Toegevoegd op juli 27th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
Vorig jaar, mei 2008, vlogen Sander Francken en ik in het kader van een researchonderzoek voor het speelfilm-drieluik project BARSONGS van Delhi naar Leh.
Bij aankomst in Leh, het op 3500 meter in het Himalaya gebergte gelegen hoofdstadje van Ladakh, een gebied in de Indiase provincie Jammu-Kashmir, voelden we ons prima. Een beetje raar, een beetje giechelig, maar prima.
We giechelden werkelijk om alles, die ochtend. Om de onverstaanbaar Engels sprekende chauffeur die ons naar ons hotel bracht, om de kleine besnorde hoteleigenaar, om zijn rare naam, Kakatori. We hadden de grootste lol om bijna niets.
Die middag maakten we een stevige wandeling, aten in de door het bergklimaat snel afkoelende eetzaal een maaltijd, namen een biertje, giechelden nog wat om het onervaren hotelpersoneel en gingen naar bed.
Zowel Sander als ik deden die nacht nauwelijks een oog dicht. De volgende ochtend stapten we allebei geradbraakt de ontbijtzaal binnen.
Misselijk, hoofdpijn, zweverig, flauw en ontzettend katerig.
Kortom, onze eerste kennismaking met hoogteziekte.
Hoogteziekte.
Toen we de reisgidsen en toeristenfolders er eens wat nauwkeuriger op nasloegen beseften we dat dit een van onze grootste hindernissen zou worden bij het in het Ladakhse hooggebergte realiseren van de korte speelfilm “Vader, dochter en dzo”. Die toen overigens nog “Vader, dochter en yak” heette.
Het kostte ons vijf dagen om aan de hoogte te wennen. Vijf dagen om de hoeveelheid rode bloedlichaampjes in ons lichaam op hoogte-peil te brengen. Vijf dagen om weer helemaal hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid vrij te zijn. Vijf dagen om weer normaal te kunnen slapen zonder steeds wakker te worden met hartklop- en benauwdheidverschijnselen.
Vijf kostbare research dagen.
Vijf dagen dat we slechts op halve kracht of nog minder konden werken.
Maar hoe kostbaar zou die acclimatisatie-periode wel niet worden als we hier met een filmploeg van algauw 40 niet-lokalen zouden zitten. Onder wie naar verwachting een Nederlandse cameraman, zijn assistent, een geluidsman, een line producer en wij, producent/regisseur en scenarioschrijver/Manus-van-alles.
Vijf potentieel verloren maar toch duurbetaalde productiedagen.
Daar moest iets op gevonden worden!
* Documentaire besproken in New York Times
Toegevoegd op januari 30th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Scenario, sander francken.

De documentaire Dealing and wheeling in small Arms – regie Sander Francken, waarvoor Joost Schrickx het scenario schreef en Dick Addens belangrijke vertaalwerkzaamheden verrichtte – werd deze week besproken in de New York Times.
Dit naar aanleiding van de vertoning van deze documentaire in de bioscoop door Anthology Film Archives.
Pelicula Bedrijfsfilms
Rubrieken
Laatste Berichten
- Discussie met Peter Vonk
- Duurzaam en green filmmaking
- video seo filmpublicatie met extras
- Veiligheid op de werkvloer – Industriële Bedrijfsfilm
- VIDEO SEO Experiment – de eerste resultaten
Laatste reacties
- admin on Discussie met Peter Vonk
- Peter on Discussie met Peter Vonk
- admin on Discussie met Peter Vonk
- Arjan on Discussie met Peter Vonk
- admin on Discussie met Peter Vonk
