Posts Tagged ‘Bardsongs’

* Testpubliek gezocht voor roughcut Bardsongs

Toegevoegd op oktober 17th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.


 

Kennis voor het leven

Kennis voor het leven

Plastic verzamelaar

Plastic verzamelaar

Vader, dochter en dzo

Vader, dochter en dzo

Zoals de trouwe lezers vast nog wel weten zijn wij zijn bezig een lange speelfilm te realiseren met als titel BARDSONGS. Deze speelfilm bestaat uit drie korte speelfilms, een gemaakt in Mali, Afrika, een in Rajasthan, India en het derde deel in Ladakh, ook India.

Sander Francken is de producent en regisseur. Het scenario werd geschreven door Joost Schrickx, overigens in prettige samenwerking met de genoemde producent/regisseur.

Zie voor meer inhoudelijke informatie ook de website: www.bardsongs.com

We zitten nu middenin de montage en willen het tussenresultaat graag voorleggen aan een geïnteresseerd publiek.

Een test-viewing dus.

Waarvan de toegang overigens gratis is

De eerste viewing vindt plaats op 6 november a.s. om 16.00 in Amsterdam Zuid Oost

Geïnteresseerden kunnen een mail sturen met daarop hun naam, hun leeftijd en iets van hun interesse en achtergrond.

Naar: bardsongs@pelicula.nl

Tot gauw!

Tags: , .



* Het feest

Toegevoegd op augustus 9th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.


Waar mijn hart is...

Waar mijn hart is...

Morgen gaat het feest dan eindelijk beginnen.
De eerste opname dag.
Morgen is een kleine keuken in een oud huisje in het dorpje Nang ingericht als plek waar de zanger Tsiring Stanzin, begeleid door zangeres en percussionist en gadegeslagen door een publiek van zo’n twaalf mannen, vrouwen en kinderen in winterkleren, met een sfeervol vuurtje in het midden, de soundtrack van “Father, daughter and dzo” ten gehore gaat geven.
Een lange zin, waarmee ik dan ook de hele eerste opname dag van morgen samenvat.
Ik heb mijn mobiel opgeladen.
Heb script, continuïteitsrapporten en cast-overviews uitgeprint.
Potlood geslepen, stopwatch getest, lippenbalsum aangeschaft.
Fotocamera opgeladen.
Extra tas voor alle cadeautjes, kettingen, kleden, shawls, olifantjes, tasjes, T-shirts gekocht.
Ben er zo goed als klaar voor.

Moet nu alleen mezelf nog opladen.
Na vier weken voorbereiden en tegelijkertijd de hoogteziekte perikelen en herinneringen een plaats geven, ben ik toe aan film-actie maar voel ik me er ook heel ver vandaan. Ben ik met mijn hoofd nu, zondagmiddag in mijn hotelkamertje terwijl het buiten heter en heter begint te worden;
Terwijl local fixers beneden zenuwachtig door de tuin lopen om de laatste eindjes aan elkaar te knopen;
Terwijl de Dalai Lama vanochtend in Leh gearriveerd is om daar de komende tijd wat lezingen te geven
meer bij thuis en mijn familie
dan bij vader Sonam, dochter Padma en hun dzo
die ze in het dorp gaan verkopen om eindelijk ook eens een mobiele telefoon aan te kunnen schaffen.
Kan mij het wat schelen?
Morgen wel.
Morgen gaat het beginnen.
De eerste dag van 17 aangesloten opnamedagen. Zonder rustdag. Half zes op, met donker weer thuis. Rijden, ontbijten, repeteren, filmen, filmen, lunchen, repeteren, filmen, filmen, rijden, dineren, slapen.
Zeventien keer.
Non stop.
Hopelijk wordt het een feest.

Tags: , .



* Einde als hoogtepunt

Toegevoegd op augustus 3rd, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.



Voordat Prem, onze chauffeur, de auto startte, bond hij een roodkleurige doek heel strak om zijn hoofd. Daarna haalde hij een smoezelig stripje onduidelijke pillen uit het dashboardkastje en legde dat grijpklaar in het bakje bij zijn versnellings-pook.
Hij kijk mij die op de stoel naast hem zat glimlachend aan.
“Against altitude sickness”, zei hij.
Prem slaagde er niet in me gerust te stellen.

Het stuk tot aan de eerste politiecontrole post viel reuze mee.
We waren hoogstens wat lacherig door de afnemende hoeveelheid zuurstof in onze hersenen. Karin zag ergens in het ons omringende gebergte een rode vogel en vervolgens een gele, die Sander en ik niet zagen. En wij weten dat plagerig aan de hoogteziekte die haar kennelijk al wel helemaal te pakken had en ons nog niet.
Lachen.
Vooral Sander was deze vroege ochtend opvallend energiek. Alsof hij wilde aantonen dat op hem, immers de bedenker van deze autorit door de bergen, de hoogteziekte totaal maar dan ook totaal geen vat kon krijgen.
“Wachten jullie maar op dat stempel van de politie, ik wandel wel naar Leh!”

Na de politiecontrole begon ik een licht hoofdpijntje te ontwikkelen, ergens schuin boven mijn linker oog.
Het begon zich vervolgens langzaam uit te breiden.
Ook voelde ik een soort van zeurende misselijkheid opkomen, niet alleen in mijn maag, maar in mijn hele lijf.
Prem bond zijn doek nog maar eens stevig vast. En achter ons op de autobank, waar Karin S. de Boer en Sander Francken tot dan toe gezellig zaten te keuvelen over breakdowns, aankomsttijden van crew-leden en productiebudgetten, viel het stil.
Ik trok de conclusie dat iedereen op zijn eigen manier stilletjes aan het lijden was. Hoewel het opvallend was hoe monter Sander zich bleef gedragen.

Ik denk dat het door het schuin hangen van de auto kwam, waardoor de organische vlonder in onze blaas in de war gebracht werd, maar we stopten om de haverklap voor een korte plaspauze. En per keer dat ik uit de auto stapte om ergens achter een rots mijn behoefte te doen, voelden mijn benen slapper en wiebeliger aan. Alsof ik langzaamaan een beetje dronken werd, wat in wezen ook zo was, want volgens de boekjes vallen de verschijnselen van hoogteziekte in zeker opzicht met hevige dronkenschap te vergelijken.
Toen we stopten bij een bergnederzetting met een wegrestaurant in een grote tent, waren hoofdpijn, misselijkheid en algemeen onbehagen voor mij nauwelijks meer te verdragen. Ik had het idee dat ik er het slechtst aan toe was van ons allemaal. Zo namen Karin en Sander een kopje soep, iets wat voor mij ondenkbaar was.
Prem vertelde mij dat we nu zo’n 4000 meter hoog waren en dat we nog maar twee pieken te gaan hadden, waaronder die van Taglang La op zo’n 5500 meter. En daarna zou het alleen nog maar lager gaan.
Wederom slaagde Prem er niet in me gerust te stellen.
5500 meter!

Pas later las en hoorde ik dat het absoluut is af te raden om als je je boven 3000 meter bevindt meer dan 500 meer per dag te stijgen. En dat het raadzaam is om dan minstens een hele acclimatisatie dag te nemen op 3500 meter en op 4000 meter. Dit alles om fatale AMS (Accute mountain sicknss) te voorkomen.
En wij knalden van iets meer dan 3000 meter naar 5500 meter, en daarna weer omlaag naar 3500 meter, en dat alles in één dag!

De kilometers die nu volgden waren de ergste kilometers uit mijn leven. Ik kon met geen mogelijkheid meer naar het zonder twijfel weer indrukwekkende Himalaya landschap kijken. Ik kon alleen nog maar schuin voorover in mijn gordels hangen met mijn linkerhand gedrukt tegen mijn linkerslaap om de hoofdpijn nog enigszins te onderdrukken. Ik kon nog net constateren dat het hier inderdaad, zoals voorspeld, geregend had en dat de toch al onmogelijke smalle bergpas die voortdurend zonder enige vorm van railing langs steile en diepe afgronden voerde, veranderd was in een glibberig langgerekt lint van blubber. Ik hoop dat de chauffeur minder last heeft dan ik, dacht ik nog. Maar eigenlijk kon dat me al weinig meer schelen. Als die lichamelijke pijn, die misselijkheid, die druk in mijn hoofd maar minder werd. Maar dat zat er niet in. We moesten nog minstens een kilometer stijgen. Ik greep naar de strip met pilletjes van de chauffeur. Zonder er verder over na te denken stak in er eentje in mijn mond en slikte die met een flinke slok water door. Het leek heel even te helpen. Of verbeeldde ik me dat? Ik voelde weer de neiging om te plassen opkomen. Maar ik probeerde die te onderdrukken. Ik was bang om uit de auto te stappen. Ik vertrouwde domweg mijn eigen benen niet meer. Achter mij hoorde ik Karin intens en diep kreunen. Ik had niet de kracht om achterom te kijken om iets bemoedigends tegen haar te zeggen. Ik merkte dat het pilletjes alweer was uitgewerkt. De hoogteziekte viel me weer van alle kanten aan.
“How far?”, kreunde ik tegen de chauffeur, die zijn hoofddoek al rijdend nog wat strakker trok.
“Not far”, gaf hij als antwoord.
“Fuck”, kreunde ik.
Plotseling moest ik denken aan vroeger. Ik was een jaar of 10 en speelde met de stoere schoffies uit onze buurt ergens op een bouwterrein. Ik was in een nauwe betonnen rioleerbuis gekropen. Net toen ik me helemaal naar binnen had gewurmd, realiseerde ik mij dat ik niet meer achteruit kon. En dat de uitgang aan de andere kant nog heel ver weg was. Ik voelde paniek opkomen maar wist ook dat als ik dat toeliet ik helemaal nooit meer uit die buis zou komen.
“Rustig blijven, rustig blijven!”, galmde het in mijn hoofd.
Was dat nu of was dat vroeger, die galm. Ik wist het niet meer.
“500 meters to go”, hoorde ik de chauffeur zeggen.
Hoopvol tilde ik mijn hoofd wat op. Ik zag inderdaad in de verte de weg in de hoogte verdwijnen, alsof er een verticale knik inzat.
En toen verschenen er opeens twee enorme gele bulldozers die kennelijk de opdracht hadden gekregen de blubberen bergpas wat meer begaanbaar te maken. Voor ons op de weg werden enorme blubberheuvels opgeworpen. Achter ons stopte een kleine vrachtauto en toen een toeristenwagen als de onze en toen nog een kleine vrachtwagen.
We zaten vast! Op nog geen driehonderd meter van de top. Vast. Op meer dan 5000 meter hoogte.
Onze chauffeur stapte uit en liep toch wat zorgelijk richting bulldozers.
Ook Sander stapte uit – deed hij alsof of was hij echt minder vatbaar, dat zou kunnen, op sommige mensen heeft de hoogteziekte, onafhankelijk van conditie of leeftijd, minder effect -en liep richting de blubberheuvels om eens poolshoogte te nemen.
Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe Karin de deur opendeed en zich half naar buiten liet vallen. Ik stapte uit en begon op mijn weke kauwgombenen als een idioot kleine stukjes heen en weer te waggelen. Als om de tijd te doden, als om niet verder na te hoeven denken.
Ik hoorde Karin in paniek gillen.
“Doorrijden godverdomme, ik val flauw, doorrijden.”
Ook mij werd het nu bijna zwart voor de ogen.
Een pilletje!, dacht ik nog, ik moet een pilletje hebben! En ik moet Rosalien weer zien. En Elsa. En mijn familie. En…
Er was geen tijd meer. Geen film. Geen bergen. Even ook geen Joost.
Een auto stopte naast me.

Iemand deed de deur open en nodigde me uit in te stappen.
Ik keek in een glimlachend gezicht, het glimlachend gezicht van onze chauffeur.
De weg was vrij!

Nog een paar honderd meter stijgen, een paar hond meter doorbijten. En daarna werd alles alleen nog maar beter.

Pas in de weken daarna, in ons rustieke hotel in Leh, werd me duidelijk wat voor een onverantwoordelijke idiote actie we ondernomen hadden. Zeker die laatste dag waarop zelfs een niet-reis advies was afgegeven vanwege de slechte staat van de wegen. Iedereen die maar iets van bergen afwist verklaarde ons voor gek vanwege wat we gedaan hadden.

Karin bleef nog 14 dagen ziek. Toen zij maar niet echt opknapte kreeg zij van de ANWB het advies zich per helikopter naar lager gelegen oorden te laten evacueren. Zij volgde dit advies niet op maar bleef nog even vertrouwen op de zware medicijnen die van zij van de lokale dokter die wij Charly Chaplin doopten kreeg.
Het gaat nu beter met haar.
Ik knapte iets sneller op. Een dag na aankomst ging ik alweer op locatiescout tocht. Maar ik heb wel het idee dat bij vlagen de hoogteziekte mij weer in haar macht krijgt. Opeens kan ik me misselijk voelen of extreem moe. En kleine pijntjes, zoals een stijve nekspier of een verkoudheidje, lijken veel meer genezings-tijd te vragen dan dat anders het geval is.
Sander had en heeft het minste last. Minder gevoelig voor hoogteziekte, waarschijnlijk. En hij slikte gedurende de hele reis het middel cellfood, dat er kort gezegd voor zorgt dat lichaamscellen meer zuurstof en voedingsstoffen absorberen.
Dit vertelde hij ons pas na afloop.

 

Enfin, we leven nog. En de Indiase productieploeg is compleet. En de Nederlandse geluidsman Ludo Keenis is – per vliegtuig, zo hoort het – gearriveerd. Alsmede cameraman Sal Kroonenberg en zijn assistent Dirk-Jan Kerkkamp. Allen voelden zij zich na een dag acclimatiseren prima.
We zijn nu volop in pre-productie. Over precies een week is de eerste opnamedag.
Over hoogteziekte wordt nauwelijks meer gesproken.

 

 

.

Tags: , , , .



* Altitude

Toegevoegd op augustus 1st, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.


Dit is alweer de vijfde of zesde weblog-episode van mijn hoogteziekte-verhaal. Het wordt tijd dat ik het eens afrond; zelfs een aantal lezers heeft mij al per email gevraagd de afloop nu eindelijk eens prijs te geven.
Maar ik vind dat moeilijk. Ik bemerk een sterke neiging tot uitstellen, tot het uitsmeren van de spanningsboog, tot het maar niet toekomen aan het letterlijke hoogtepunt en lichamelijke dieptepunt van mijn “altitude sickness experience”.
Maar waarom dat getreuzel?
Faalangst, vermoed ik.
Ik denk dat ik bang ben niet in staat te zijn op te schrijven wat ik daar hoog in het Himalaya-gebergte ervaren heb.
Ik herinner mij dat kort nadat wij mijn tocht der tochten volbracht hadden, producent en regisseur Sander Francken zei dat hij de oversteek al met al met al de moeite waard had gevonden. Ik reageerde toen met het vol overtuiging roepen dat ik me nog nooit in mijn leven, nog nooit, zo onvoorstelbaar beroerd had gevoeld als vlak voor het bereiken van het hoogste punt.
Maar hoe dat gevoel in woorden te vatten? Hoe mijn hoogteziekte- ervaring in al haar misselijkheid, in al haar onbehagen, in volle verschrikking aan mijn weblog-lezers over te brengen?
Een bijna onmogelijke opgave.
Ik ga het proberen.
De dag dat we uit de bergsportplaats Manali vertrokken, beloofde een makkelijke dag te worden. Slechts 5 uur rijden tot onze nachtbestemming, zo had Prem, onze ervaren chauffeur ons voorgerekend. En weliswaar een zekere mate van stijging, maar we zouden die dag niet hoger uitkomen dan 2800 meter.
En het wérd ook een makkelijke dag, zeker in vergelijking met de daarop volgende.
Ik voelde iets van langzaam toenemende lichtheid in mijn hoofd, iets van beginnende slapheid in mijn ledematen ook. Maar ik had nog ruim voldoende energie en concentratie over om de gestage verandering in het berglandschap op te merken. Naarmate we stegen werd het steeds iets ruiger, iets rotsiger, iets minder groen. En voldoende tegenwoordigheid van geest om regelmatig van de steeds wisselende panorama’s te genieten.
En inderdaad, na iets meer dan 7 uur rijden, we hadden rustig aan gedaan, kwamen we aan bij het eenvoudige hotel “Ibex”, op zo’n 2800 meter hoogte.
Tijdens het sobere Indiase avondeten, zoals meestal veel prutjes en papjes met allemaal ongeveer dezelfde smaak, hield Karin S. de Boer, niet voor niets onze line producer, een vurig pleidooi waarvan de volle betekenis op dat moment niet tot me doordrong.
De planning was om de volgende dag in minmaal 12 uur in een ruk door te rijden naar Leh. Volgens Karin was dat gekkenwerk. Zij had namelijk onderzocht dat de bergpassen vanaf het punt waar we ons bevonden steeds smaller en steeds gevaarlijker zouden worden. En bovendien was er voor de volgende dag slecht, regenachtig weer voorspeld en zouden we onderweg over pieken van grote hoogte, eentje zelfs van 5000 meter, rijden. Karin betreurd dat ze sowieso met Sander en mij in de auto was gestapt en aan dit avontuur was begonnen – en niet gewoon van Delhi naar Leh was gevlogen. Maar nu dat niet meer terug te draaien was, zou het dan geen goed idee zijn de resterende reis naar Leh in tweeën te knippen? Zou het niet veiliger zijn om nu al te besluiten dat  we halverwege de reis die we nog voor de boeg hadden onze intrek zouden nemen in een van de langs de route liggende tentenkampen? Al was het maar om iets meer rust te nemen en onze lichamen iets meer en iets langer de gelegenheid te geven aan het hoogteverschil te wennen.
Sander zag de noodzaak van Karin’s voorstel niet in. We zouden wel zien.
Mij ontbrak de kennis om Karin of Sander gelijk te kunnen geven. Bovendien vertrouwde ik erop dat Sander wist waar hij mee bezig was.
We zouden wel zien dus.
Moe van de twee dagen autorijden en misschien ook nog wel van de vliegreis van Amsterdam naar Delhi, en in de wetenschap dat we de volgende ochtend alweer om 6.00 zouden vertrekken, ging ik vroeg naar bed.
Al snel viel ik in een licht slaapje. En dat was kennelijk het moment waarop de hoogteziekte gewacht had om zijn eerst echte plaagstoot uit te delen. Want niet lang nadat ik mijn ogen gesloten had schrok ik wakker, onrustig en met een hart dat gezien zijn slagritme wanhopig op zoek was naar extra zuurstof.
Ik deed die nacht nauwelijks meer een oog dicht.
Aan de bleke hoofden bij de vroege ontbijttafel te zien, hadden ook Karin en Sander die nacht bezoek gehad van Klaas Altitude.Met het angstige besef dat het de komende uren alleen maar hoger en hoger zou gaan, stapte ik naast Prem in de auto.
En met het schuldbesef dat ik er weer niet in geslaagd ben dit hoogte-verhaal af te ronden, sluit ik deze episode af.

Morgen, morgen zal alles anders zijn.

 

 

Tags: , , , , .



* giechelen

Toegevoegd op juli 27th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vorig jaar, mei 2008, vlogen Sander Francken en ik in het kader van een researchonderzoek voor het speelfilm-drieluik project BARSONGS van Delhi naar Leh.

Bij aankomst in Leh, het op 3500 meter in het Himalaya gebergte gelegen hoofdstadje van Ladakh, een gebied in de Indiase provincie Jammu-Kashmir, voelden we ons prima. Een beetje raar, een beetje giechelig, maar prima.

We giechelden werkelijk om alles, die ochtend. Om de onverstaanbaar Engels sprekende chauffeur die ons naar ons hotel bracht, om de kleine besnorde hoteleigenaar, om zijn rare naam, Kakatori. We hadden de grootste lol om bijna niets.

Die middag maakten we een stevige wandeling, aten in de door het bergklimaat snel afkoelende eetzaal een maaltijd, namen een biertje, giechelden nog wat om het onervaren hotelpersoneel en gingen naar bed. 

Zowel Sander als ik deden die nacht nauwelijks een oog dicht. De volgende ochtend stapten we allebei geradbraakt de ontbijtzaal binnen.

Misselijk, hoofdpijn, zweverig, flauw en ontzettend katerig.

Kortom, onze eerste kennismaking met hoogteziekte. 

Hoogteziekte. 

Toen we de reisgidsen en toeristenfolders er eens wat nauwkeuriger op nasloegen beseften we dat dit een van onze grootste hindernissen zou worden bij het in het Ladakhse hooggebergte realiseren van de korte speelfilm “Vader, dochter en dzo”. Die toen overigens nog “Vader, dochter en yak” heette.  

Het kostte ons vijf dagen om aan de hoogte te wennen. Vijf dagen om de hoeveelheid rode bloedlichaampjes in ons lichaam op hoogte-peil te brengen. Vijf dagen om weer helemaal hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid vrij te zijn. Vijf dagen om weer normaal te kunnen slapen zonder steeds wakker te worden met hartklop- en benauwdheidverschijnselen.

Vijf kostbare research dagen.

Vijf dagen dat we slechts op halve kracht of nog minder konden werken. 

Maar hoe kostbaar zou die acclimatisatie-periode wel niet worden als we hier met een filmploeg van algauw 40 niet-lokalen zouden zitten. Onder wie naar verwachting een Nederlandse cameraman, zijn assistent, een geluidsman, een line producer en wij, producent/regisseur en scenarioschrijver/Manus-van-alles.

Vijf potentieel verloren maar toch duurbetaalde productiedagen. 

Daar moest iets op gevonden worden!

Tags: , , , .



* On the – slopey – road again

Toegevoegd op juli 26th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, sander francken.


Sander Francken, Karin S. de Boer en ik zijn vandaag precies twee weken in India. En 10 dagen in Leh, de hoofdstad van Ladakh.

Het is vrijdag en het begint nu langzaam te schemeren. Nog even en dan zal de duisternis plotseling invallen, hier in dit op 3500 meter hoogte gelegen stadje in het machtige en meedogenloze Himalaya gebergte.

3500 meter?

Machtig?

Meedogenloos?

Hiermee ben ik dan toch nog onverwacht aangekomen bij de reden waarom we nu al 14 dagen in India zijn en ik nu pas aan mijn eerste weblog begin.

Aangekomen bij de reden dat Karin in de kamer naast mij haar bed nog nauwelijks is uitgekomen.

De reden dat de op Charly Chaplin lijkende hotel-doker nu al drie keer is langs geweest.

De reden…

Morgen meer.

Mijn weblog moet wel een beetje spannend blijven.

Tags: , , .



* BARDSONGS – vertrek naar Ladakh al 7 weken uitgesteld

Toegevoegd op juli 2nd, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, sander francken.


Wacht!

Wacht!

Omdat we nog steeds wachten op een filmpermissie van de Indiase autoriteiten om te mogen filmen in het kennelijk zeer moeilijke gebied Ladakh (Kashmir) zijn wij, Regisseur en producent Sander Francken, line producer Karin S. de Boer en scenarioschrijver Joost Schrickx, nog steeds niet afgereisd voor de pre-productie.

Uitstel is zeker geen afstel maar het duurt allemaal wel verdomd lang.

Als iedereen die deze weblog leest even wil duimen, komt het volgens Boeddhistisch gebruik vast nog wel goed.

Dus waar wacht u nog op?!

Tags: , , .



* BARDSONGS – Vuilnisbelt van Babel

Toegevoegd op maart 22nd, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, sander francken.


Iets waar ik als beginnend first AD die graag zijn best wil doen voortdurend tegenaan loop bij deze productie in India is het feit dat ik gewoonweg vergeet dat ik geen Hndi spreek. En de meeste Indiërs geen Engels.

Gisteren tijdens de opnames op de plastic-vuilnisbelt overkwam het me weer regelmatig. Dat ik vol enthousiasme naar de tent met figuranten rende die even verderop stond opgesteld. En dan daar voor de zoveelste keer met mijn mond vol tanden stond, vriendelijk toe geglimlacht door zo’n 15 figurant plasticverzamelaars.

“Allemaal snel meekomen want we gaan zo draaien!”, wil nog wel lukken in gebarentaal.

Maar “Trek daarbij in verband met de continuïteit dezelfde kleren aan die je ook aanhad toen we vanochtend de eerste opnames maakten” wordt al een stuk lastiger.

En “Jij mag nu niet meedoen aangezien je in de voorafgaande scène die we overigens nog moeten gaan draaien al prominent in beeld bent omdat je daarin een regel tekst hebt” is echt bijna niet te doen.

Probeer maar eens.

Tags: , , .



* BARDSONGS – Derde Opname Dag alweer

Toegevoegd op maart 20th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.


En toen lag opeens opnamedag drie alweer achter ons. Waarvan ik overigens de dag van vandaag door omstandigheden maar voor de helft heb meegemaakt. Maar daarover later meer.

Valt er dan niets te vertellen over zo’n opnamedag, dat ik de laatste dagen geen enkele keer iets voor de weblog heb geschreven?

Zeker wel.

Al was het maar hoe bijzonder het is dat een verhaal dat we maanden geleden geschreven hebben en waarvoor we de afgelopen weken hard hebben lopen produceren, nu opeens echt wordt. Dat nu opeens de locaties eruit zien zoals het min of meer in het scenario beschreven staat. En dat die locaties nu bevolkt worden door wezens van vlees en bloed, een vader Ravi, een moeder Jivika, een zoon Sahir, soldaten, bevriende buurtbewoners met cadeautjes, een mannetjes-, een vrouwtjes- en een baby-kameel en vele, vele andere figuren, zoals die in het scenario gecreëerd zijn.

Maar waarom dan toch geen weblog?

De dagen zijn eenvoudigweg te zwaar, te opslokkend, om nog energie te hebben om te kunnen nadenken en schrijven. Behalve vandaag dan, waarover later meer.

Hoe ziet zo’n opnamedag eruit dan?

In vogelvlucht.

Wakker worden om half zes als het nog donker is. Vervoer naar de set, de afgelopen dagen met name de plek waar Ravi met zijn familie woont. Ontbijten met de hele crew als de zon zo’n beetje op is. Werken in de met het uur meer brandende zon. Shot voorbereiden en ‘dressen’. Oefenen met de acteurs. Klaar voor opnames. Meestal eerst een mislukte take. Dan vaak nog een mislukte take. En met de derde take, of soms zelfs na meer, we hebben al een slate met 10 takes gehad, gaat het goed. Tegen-shot of shot opstelling afbreken. Volgende shot. Aan een ruk door. Met 50 man crew. Van regisseur tot aan de zeer nodige vertalers tot aan mensen die het verkeer waar en wanneer nodig tegenhouden. Onafgebroken werken tot aan twee uur ’s middags. Dan een lunch van een half uur. Beetje bijpraten, beetje bijkomen. En dan weer non-stop doorwerken tot een uur of zeven als het alweer donker aan het worden is.

Terug naar het hotel. Biertje drinken op de kamer dat voelt als een kratje. Eten. Uitgeput naar bed. Wekker op half zes.

En dan zeker nog een weblog schrijven. Ben jij gek!?

Behalve vandaag dan. Mijn oogontsteking die al weken sluimerend aanwezig is, dan weer in het ene oog, en dan weer in het andere, stak vandaag in alle hevigheid de kop op. Het was gewoon niet meer te verdragen. Daarom bracht local fixer Harendra Pal me tegen het middaguur naar een dokter. Een volle wachtkamer maar ik mocht voor. Omdat ik nu eenmaal buitenlander ben. Heerlijk, deze keer. De dokter keek heel even in mijn ogen en schreef me toen oogdruppels voor. Die ik ieder uur moest innemen. Maar toen we weer buiten stonden raadde Harendra Pal me aan om ze om de drie uur in te nemen omdat deze dokter erom bekend staat te overdrijven.

Lekker is dat.

Maar het is wel een vakman want ik heb de druppels nu drie keer ingenomen, en mijn ogen voelen al een stuk beter.

 

Je hebt hier trouwens wel meer vakmannen. Zo’n twee weken terug was ik bij een lokale kapper. Die een uur bezig was met hele, hele kleine, minuscule stukjes haar van mijn hoofd te knippen. Om me een David Beckham kapsel te geven, zoals de kapper zei. Toen hij klaar was zag je dat hij het netjes gekamd en geföhnd had, maar voor de rest leek er weinig aan mijn haar veranderd. Maar nu bijna week weken later ziet het er nog steeds gekamd en geföhnd uit terwijl ik er helemaal niets meer aan gedaan heb.

 

Het is super zwaar, dat filmen. Maar ik maak wel veel bijzondere dingen mee, hier in India. Toch wel jammer dat ik zo weinig tijd en energie heb om erover te schrijven.

 

Tags: , , , .



* BARDSONGS – Magie

Toegevoegd op maart 17th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.


 

Twee dagen voor opnames.

We hebben geen hoofdpersoon meer. Gisteren liet Milanmera, de door ons als hoofdpersoon gecaste suikerbakker, ons via een contactpersoon weten dat zijn moeder ernstig ziek was. Even later hoorden we dat hij op de trein naar Calcutta zat waar zijn familie vandaan komt. Wat hier allemaal van waar is en wat niet – gedeeltelijk zal het wel kloppen want de suikerbakker gooit hiermee toch minstens een half jaar salaris weg – we zitten zonder hoofdpersoon.

Twee dagen voor opnames.

En toch maak ik me geen moment zorgen. Gek is dat.

Er zijn verschillende redenen voor die zorgeloosheid, die absoluut gen onverschilligheid genoemd mag worden.

Ten eerste is daar de rust die ook producent/regisseur Sander uitstraalt. Hij is vaak moeilijk te doorgronden, laat slechts gedoceerd zien wat er in hem omgaat, maar ik heb het idee dat ook bij hem het volle vertrouwen aanwezig is dat alles wel goed zal komen.

Ten tweede is het thema van de volksvertelling die wij hier gaan verfilmen dat het geen zin heeft te leven bij de waan van de dag. Dat de betekenis van gebeurtenissen vaak pas achteraf daadwerkelijk geduid en begrepen kan worden. Ik ben zo druk bezig geweest met het bijschaven van het scenario zodat deze wijsheid optimaal naar voren zal komen dat de wijsheid waarschijnlijk ongemerkt onderdeel is gaan uitmaken van mijn systeem. Zoiets moet er gebeurd zijn.

En ten derde is magie hier in India iets wat veel meer hoort bij het dagelijkse leven dan dat wij dat gewend zijn. Niemand kijkt daar eigenlijk meer van op.

Een voorbeeld. Gisteravond waren Sander en ik op bezoek bij Kuldeep Kothari. Kort gezegd is Kuldeep Kothari de opvolger van zijn hier beroemde vader Kamal Kothari. Hij zet zich in voor het behoud van de Rajasthaanse volksmuziek, en daarmee is hij een soort van impresario en concertorganisator geworden van de vele, vele folklore muziek groepen en muziek families die Rajasthan rijk is.

Sander liet hem weten dat we eigenlijk wel graag een vrouwenstem aan onze ‘muziek-track’ zouden toevoegen. Kuldeep vertelde ons dat er in de stad Barmer, zo’n 800 kilmeter hier vandaan, een zangeres woont, Rupnar, die samen met haar twee zussen regelmatig optreedt. Zij is nu een van de bekendste zangeressen van Rajasthan. Toen wij vroegen of wij niet een stukje van deze dame konden horen keek Kuldeep bedenkelijk want dan zou hij zijn archief in moeten duiken en dat zou wel eens lang kunnen gaan duren.

Toen keek hij over zin rechterschouder door het raam naar buiten.

“Daar komen ze trouwens net aan”, zei hij.

En inderdaad, Rupnar en haar zussen waren op weg naar een concert in Jaipur en hadden besloten een tussenstop te maken om Kuldeep met een bezoek te vereren.

Twee minuten later hadden wij buiten op de binnenplaats ons privé concert. Het viel een beetje tegen, dat moet gezegd. Hun stemmen waren te rauw en te dominant hartverscheurend om als filmmuziek gebruikt te kunnen worden.

Maar magisch was het allemaal wel.

Diezelfde avond brachten we een bezoek aan een oude toneelregisseur in de hoop dat hij misschien een kandidaat-hoofdpersoon zou kennen. Hij liet ons een folder zien waarop een aantal acteurs te zien was. Ze leken niet echt geschikt voor de rol van Ravi. Slechts een van de acteurs trok enigszins mijn aandacht, zonder dat ik daar iets over zei. Even later liet de oude regisseur weten, zonder overleg, juist die acteur voor de casting van de volgende dag – vandaag dus – te hebben uitgenodigd.

Een casting die overigens over 2 minuten begint.

Zodat ik dit laatste magische moment helaas een beetje moet afraffelen.

Tags: , , .



Pelicula Bedrijfsfilms

Share |

Bedrijfsfilm?
Conceptontwikkeling?
Video Seo?

Automatisch geïnformeerd worden over nieuwe berichten?

Email adres:

Rubrieken

Laatste Berichten

Laatste reacties

Archief