Archief voor de ‘Scenario’ Rubriek
* Altitude
Toegevoegd op augustus 1st, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
Maar ik vind dat moeilijk. Ik bemerk een sterke neiging tot uitstellen, tot het uitsmeren van de spanningsboog, tot het maar niet toekomen aan het letterlijke hoogtepunt en lichamelijke dieptepunt van mijn “altitude sickness experience”.
Maar waarom dat getreuzel?
Faalangst, vermoed ik.
Ik denk dat ik bang ben niet in staat te zijn op te schrijven wat ik daar hoog in het Himalaya-gebergte ervaren heb.
Ik herinner mij dat kort nadat wij mijn tocht der tochten volbracht hadden, producent en regisseur Sander Francken zei dat hij de oversteek al met al met al de moeite waard had gevonden. Ik reageerde toen met het vol overtuiging roepen dat ik me nog nooit in mijn leven, nog nooit, zo onvoorstelbaar beroerd had gevoeld als vlak voor het bereiken van het hoogste punt.
Maar hoe dat gevoel in woorden te vatten? Hoe mijn hoogteziekte- ervaring in al haar misselijkheid, in al haar onbehagen, in volle verschrikking aan mijn weblog-lezers over te brengen?
Een bijna onmogelijke opgave.
Ik ga het proberen.
De dag dat we uit de bergsportplaats Manali vertrokken, beloofde een makkelijke dag te worden. Slechts 5 uur rijden tot onze nachtbestemming, zo had Prem, onze ervaren chauffeur ons voorgerekend. En weliswaar een zekere mate van stijging, maar we zouden die dag niet hoger uitkomen dan 2800 meter.
En het wérd ook een makkelijke dag, zeker in vergelijking met de daarop volgende.
Ik voelde iets van langzaam toenemende lichtheid in mijn hoofd, iets van beginnende slapheid in mijn ledematen ook. Maar ik had nog ruim voldoende energie en concentratie over om de gestage verandering in het berglandschap op te merken. Naarmate we stegen werd het steeds iets ruiger, iets rotsiger, iets minder groen. En voldoende tegenwoordigheid van geest om regelmatig van de steeds wisselende panorama’s te genieten.
En inderdaad, na iets meer dan 7 uur rijden, we hadden rustig aan gedaan, kwamen we aan bij het eenvoudige hotel “Ibex”, op zo’n 2800 meter hoogte.
Tijdens het sobere Indiase avondeten, zoals meestal veel prutjes en papjes met allemaal ongeveer dezelfde smaak, hield Karin S. de Boer, niet voor niets onze line producer, een vurig pleidooi waarvan de volle betekenis op dat moment niet tot me doordrong.
De planning was om de volgende dag in minmaal 12 uur in een ruk door te rijden naar Leh. Volgens Karin was dat gekkenwerk. Zij had namelijk onderzocht dat de bergpassen vanaf het punt waar we ons bevonden steeds smaller en steeds gevaarlijker zouden worden. En bovendien was er voor de volgende dag slecht, regenachtig weer voorspeld en zouden we onderweg over pieken van grote hoogte, eentje zelfs van 5000 meter, rijden. Karin betreurd dat ze sowieso met Sander en mij in de auto was gestapt en aan dit avontuur was begonnen – en niet gewoon van Delhi naar Leh was gevlogen. Maar nu dat niet meer terug te draaien was, zou het dan geen goed idee zijn de resterende reis naar Leh in tweeën te knippen? Zou het niet veiliger zijn om nu al te besluiten dat we halverwege de reis die we nog voor de boeg hadden onze intrek zouden nemen in een van de langs de route liggende tentenkampen? Al was het maar om iets meer rust te nemen en onze lichamen iets meer en iets langer de gelegenheid te geven aan het hoogteverschil te wennen.
Sander zag de noodzaak van Karin’s voorstel niet in. We zouden wel zien.
Mij ontbrak de kennis om Karin of Sander gelijk te kunnen geven. Bovendien vertrouwde ik erop dat Sander wist waar hij mee bezig was.
We zouden wel zien dus.
Moe van de twee dagen autorijden en misschien ook nog wel van de vliegreis van Amsterdam naar Delhi, en in de wetenschap dat we de volgende ochtend alweer om 6.00 zouden vertrekken, ging ik vroeg naar bed.
Al snel viel ik in een licht slaapje. En dat was kennelijk het moment waarop de hoogteziekte gewacht had om zijn eerst echte plaagstoot uit te delen. Want niet lang nadat ik mijn ogen gesloten had schrok ik wakker, onrustig en met een hart dat gezien zijn slagritme wanhopig op zoek was naar extra zuurstof.
Ik deed die nacht nauwelijks meer een oog dicht.
Aan de bleke hoofden bij de vroege ontbijttafel te zien, hadden ook Karin en Sander die nacht bezoek gehad van Klaas Altitude.Met het angstige besef dat het de komende uren alleen maar hoger en hoger zou gaan, stapte ik naast Prem in de auto.

* Mr. Johnson
Toegevoegd op juli 30th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
Vrijdagnacht kwamen we aan in Delhi. We werden van Delhi airport opgehaald door Kawal en Mukul, de Indiase Unit Production Manager en 1st Assistant Director die ons ook al in Rajasthan bij de realisering van episode 2 van BARDONGS, het scenario van de Plastic Collector, terzijde gestaan hadden.
Zij brachten ons naar het Habitat hotel, onderdeel van het grote, ruimtelijke en rustige Habitat Internationaal Cultuur Centrum. Daar konden we in alle rust voorbereiden, aan elkaar wennen en relaxen alvorens de grote oversteek per auto naar Leh te maken.
Het Habitat gebouw is inderdaad indrukwekkend en rustgevend, maar het moet gezegd dat de hotelkamers daarbij vergeleken wat saai, houterig en benauwd waren. (Mocht u overwegen ook eens een weekendje in Delhi door te brengen, houdt daar rekening mee.)
Die zaterdag sliepen we vooral uit – volgens ons Nederlandse ritme was het immers nog steeds zo’n drie-eneenhalf uur vroeger -, wandelden op onszelf wat rond en hadden een soort van voor-pre-productie-overleg met Kawal en Mukul.
We forceerden ons die avond ondanks het tijdsverschil vroeg naar bed te gaan want die volgende ochtend om zes uur, half drie Nederlandse tijd dus, zou een geoefende en ervaren chauffeur het terrein van Habitat oprijden om Sander Francken, Karin S. de Boer en mijzelf in drie dagen naar Leh te brengen.
Waarom gingen we ook alweer met de auto en niet met het vliegtuig?
Welnu.
De geleidelijke stijging van deze auto op zijn weg naar het op 3500 meter hoogte gelegen Leh zou dus, zo was de bedoeling,de verschijnselen van hoogteziekte onderdrukken.
De eerste dag van ons drie-daagse avontuur was prachtig. Nadat we Delhi waren uitgereden, werd het landschap steeds heuvel- en bergachtiger.
Groen, afwisselend, aantrekkelijk en nog tameljk onschuldig.
Ondanks wel degelijk enkele ruige stukken Himalya waar we doorheen reden, als voorbodes van wat komen ging, had ik niet het idee dat dit het meedogenloze gebergte was waar veel mensen ons voor gewaarschuwd hadden.
Toen we na zo’n 10 uur rijden in de buurt van de Indiase bergsportplaats Manali kwamen, moest ik zelfs af en toe aan de vredige Alpen denken. In de aan de overkant van de rivier die ons begeleidde netjes tegen de bergwand opgestapelde licht-kleurige huisjes herkende ik af en toe stukjes Luzern, koblenz en Grenoble. En zelfs moest ik een keer denken aan de huizenrij aan de rivier die je ziet als je Arnhem binnenrijdt. Maar dat kwam waarschijnlijk vooral omdat ik daar de laatste tijd vaak geweest ben i.v.m. de documentaire over adhd die we daar gedeeltelijk gedraaid hebben.
Aangekomen in het lokaal-toeristische centrumpje van Manali namen we ons intrek in het ruim opgezette, enigszins aan een groot chalet doen denkende ‘Johnson resort, opgericht in 1920’.
Altijd tot de verbeelding sprekend, vind ik, historische familie-verhalen.
Johnson diende jarenlang als arts in het Engelse leger in het huidige Pakistan. Zijn vrouw kon niet wennen aan het klimaat, de toendertijd extreem grote afstand tot haar familie – slechts uit te drukken in jaarreizen – en de Indiase gewoontes. Zij keerde terug naar Engeland en liet Johnson alleen achter.
Toen Johnson op leeftijd gekomen was, verliet hij het leger en kocht een stukje grond in het toen al als oase in het Himalaya gebergte bekend staande Manali. Daar stichtte hij een soort herberg voor berggangers, avonturiers, missionarissen en handelslui. Hij beheerde de herberg na verloop van tijd samen met zijn meer dan 60 jaar jongere Indiase vrouw, die hij in Manali leerde kennen. Naar zeggen trouwde zij vooral met hem om het geld, er daarbij vanuit gaande dat door de meer dan 85-jarige man geen nakomelingen meer geproduceerd konden worden.
Zij vergiste zich.
Hun zoon bouwde de herberg uit tot het hotel-bar-restaurant resort wat het nu is.
Dit alles werd ons verteld door de kleindochter van de stichter; ook diens zoon, haar vader dus, trouwde een Indiase, wat zeker in die tijd toch vrij uitzonderlijk was, nog steeds wel eigenlijk, en kreeg twee zonen en een dochter.
Op een of andere manier maakte de Johnson’s kleindochter geen gelukkige indruk op mij, staande in de weelderig hoteltuin en af en toe wat instructies roepend naar twee werklui die bezig waren een soort van BBQ te bouwen. Alsof ze tussen twee werelden was ingevallen; alsof de reis van een paar jaar die haar opa van Engeland scheidde ook voor haar nog voelbaar was, terwijl ze zich tegelijkertijd duidelijk ook totaal niet met de Indiër kon identificeren.
Ik had geen tijd om hier lang bij stil te staan want we moesten verder. Verder en vooral hoger.
Nog twee dagreizen, waarvan ik vooral de tweede nooit meer vergeten zal, scheidden ons nog van Leh, hoofdstad van Ladakh.
Sander Francken en chauffeur
* diamox en konijnenkeutels
Toegevoegd op juli 29th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
Op zoek naar een remedie tegen hoogteziekte, dus.
Een vriend van mijn broer Jaap kwam als eerste met een mogelijke oplossing aandragen. Roon, zo noemt hij zich, is een ervaren bergbeklimmer en als hij ergens op grote hoogte verblijft gebruikt hij Diamox.
Diamox.
Het is een soort van chemisch middel dat de verschijnselen van hoogteziekte, hoofdpijn, misselijkheid, algehele lamlendigheid, onderdrukt. Zonder overigens de hoogteziekte zelf te genezen.
“Dit middel lijkt me zeer af te raden, want je schakelt er – domweg – je eigen waarschuwingsmechanismen mee uit. Typisch farmaceutische benadering…”, liet Producent/regisseur Sander Francken mij per email weten.
Zit wat in, dacht ik toen.
Ik zette diamox daarom maar uit mijn hoofd.
Wat dan?
De soort van konijnenkeutels die een traditionele Tibetaanse arts ons tijdens onze research-reis had voorgeschreven leken wel iets van effect te hebben. Maar was dat niet vooral suggestie? En je kon toch moeilijk de filmcrew van tientallen Delhi-ers en Mombay-ers en een stuk of zes Hollanders met een serieus gezicht verplichten dagelijks twee konijnenkeutels te eten.
Geen Tibetaans wondermiddel dus.
Maar wat wel?
Extra zuurstof!
Dat was Sander zijn idee.
Hoogteziekte ontstaat met name door een overschot aan koolzuur en dus een tekort aan zuurstof in het bloed. Als we nu eens de crew-leden, met name op momenten van inspanning, een teug zuurstof zouden laten nemen, zou dat dan het probleem niet grotendeels oplossen?
Wederom raadpleegde ik Roon, de bergbeklim-vriend van mijn broer Jaap. Roon vond het maar een wild idee en verwachtte er weinig heil van. En ook een tweede door mij geraadpleegde bergbeklim-expert, tevens medicus, raadde het gebruik van zuurstof af. Volgens hem kon dit zelfs gevaarlijk voor de gezondheid zijn.
Sander liet zich hierdoor niet uit het veld slaan. Die experten van mij waren bergbeklimmers en geen filmmakers.
Zit wat in.
En dus gingen we op zoek naar zuurstof. In flesvorm of anderszins.
Sander zijn zoon vond een aanbieding van goedkope en handige zuurstofflesjes op het internet. Sander stelde voor daar een grote hoeveelheid van aan te schaffen en die over zijn bagage, die van mij en die van line producer Karin S. de Boer te verspreiden.
Ik informeerde bij de KLM, bij de Douane en bij de leverancier van de flesjes. Die raadden het af om met flesjes zuurstof op reis te gaan. Brandgevaarlijk, explosief, verboden.
Sander, met de volhardendheid die hem ook hielp bij het bijeenschrapen van het budget voor BARDSONGS en bij het realiseren van het eerste deel in Mali en het tweede deel in Rajasthan, zag een eenvoudige oplossing.
Op zoek naar niet-ontvlambare zuurstof!
Tibetaanse arts met dochter
* giechelen
Toegevoegd op juli 27th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
Vorig jaar, mei 2008, vlogen Sander Francken en ik in het kader van een researchonderzoek voor het speelfilm-drieluik project BARSONGS van Delhi naar Leh.
Bij aankomst in Leh, het op 3500 meter in het Himalaya gebergte gelegen hoofdstadje van Ladakh, een gebied in de Indiase provincie Jammu-Kashmir, voelden we ons prima. Een beetje raar, een beetje giechelig, maar prima.
We giechelden werkelijk om alles, die ochtend. Om de onverstaanbaar Engels sprekende chauffeur die ons naar ons hotel bracht, om de kleine besnorde hoteleigenaar, om zijn rare naam, Kakatori. We hadden de grootste lol om bijna niets.
Die middag maakten we een stevige wandeling, aten in de door het bergklimaat snel afkoelende eetzaal een maaltijd, namen een biertje, giechelden nog wat om het onervaren hotelpersoneel en gingen naar bed.
Zowel Sander als ik deden die nacht nauwelijks een oog dicht. De volgende ochtend stapten we allebei geradbraakt de ontbijtzaal binnen.
Misselijk, hoofdpijn, zweverig, flauw en ontzettend katerig.
Kortom, onze eerste kennismaking met hoogteziekte.
Hoogteziekte.
Toen we de reisgidsen en toeristenfolders er eens wat nauwkeuriger op nasloegen beseften we dat dit een van onze grootste hindernissen zou worden bij het in het Ladakhse hooggebergte realiseren van de korte speelfilm “Vader, dochter en dzo”. Die toen overigens nog “Vader, dochter en yak” heette.
Het kostte ons vijf dagen om aan de hoogte te wennen. Vijf dagen om de hoeveelheid rode bloedlichaampjes in ons lichaam op hoogte-peil te brengen. Vijf dagen om weer helemaal hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid vrij te zijn. Vijf dagen om weer normaal te kunnen slapen zonder steeds wakker te worden met hartklop- en benauwdheidverschijnselen.
Vijf kostbare research dagen.
Vijf dagen dat we slechts op halve kracht of nog minder konden werken.
Maar hoe kostbaar zou die acclimatisatie-periode wel niet worden als we hier met een filmploeg van algauw 40 niet-lokalen zouden zitten. Onder wie naar verwachting een Nederlandse cameraman, zijn assistent, een geluidsman, een line producer en wij, producent/regisseur en scenarioschrijver/Manus-van-alles.
Vijf potentieel verloren maar toch duurbetaalde productiedagen.
Daar moest iets op gevonden worden!
* Testimonials Workshop Plot – 12 mei 2009
Toegevoegd op mei 12th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Scenario, Zakelijk schrijven.

Testimonial 1.
“Ik vond de workshop van Joost Schrickx interessant, en zeker bruikbaar bij mijn pogingen een spannend boek te schrijven. Vooral de (voor filmmakers vast bekende) structuurschema’s waren nieuw voor mij als ‘krantenman’. Ze vormen een mooi hulpmiddel bij het verdere schrijfproces. Zo kan ik mijn eigen plot regelmatig toetsen aan de beproefde werkwijze van filmmakers. Dat biedt wellicht nieuwe inzichten. Door de mix van theorie, schrijfoefeningen en voorbeeldfilms was de workshop goed te behappen en vloog ie om. Mijn honger naar plot-kennis was nog lang niet gestild!”
Kees-Jan Dijkstra, journalist en aspirant-schrijver
Testimonial 2.
“Joost is een gedreven verteller, die niet te beroerd is om in zijn eigen keuken te laten kijken. De workshop kent een mooie afwisseling van zelf schrijven en zelf nadenken over de werking van plot in verhalen en films.
Ik heb gewoonlijk een bloedhekel aan het voorlezen van eigen brouwsels maar deze keer had ik er geen moeite mee. Joost gaf integer commentaar, waardoor ik er zelfs plezier in kreeg om mijn eigen productie aan hem voor te leggen.”
Tinny Gokker, publicist en filosoof
Testimonial 3.
“Ik heb zondag 10 mei 2009 deelgenomen aan de workshop plot. Helaas moest ik tijdens de vertoning van de afsluitende korte film wat eerder weg en kon ik het einde van de workshop niet meemaken. Ik wil benadrukken dat ik het een hele boeiende dag vond. Ik heb nu ook echt de behoefte om iets te gaan doen met die nieuwe kennis en inzichten. Het is altijd fijn om uitgedaagd te worden om creatief te zijn. Dat gebeurt blijkbaar toch te weinig in mijn ‘gewone’ leven. Het lijkt me geweldig om te werken aan een filmproductie. Van idee, naar script, naar etc. etc. Ik kom kortom graag, wanneer de mogelijkheid zich voordoet, een vervolgbijeenkomst volgen.”
Ivo Jansen, workshop deelnemer
* BARDSONGS: Bye, bye Rajasthan – Hello Ladakh
Toegevoegd op april 6th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Scenario, sander francken.
* BARDSONGS – Het is volbracht
Toegevoegd op april 4th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.
Het zit erop.
Dertien draaidagen. Twaalf voor de 25 scènes van het scenario. Eén voor het buitenoptreden van de folklore Rajasthani muziekgroep uit Hamera. 223 slates en 692 takes. 212 figuranten en edelfiguranten. Drie kamelen en een baby kameel. Eenenveertig filmrollen van 10 minuten. Per persoon zo’n 156 uren op de set. Waarvan zo’n 95 uren in de felle brandende zon. Duizenden mensen die de opnames aanschouwd hebben, soms van enige afstand, meestal op voor ons Westerlingen vermoeiend aanraakbare afstand. Ik schat zo’n elf misverstanden tussen lokale productie en Nederlandse productie. Zo’n vijf misverstanden en onenigheden binnen de Nederlandse crew. Zo’n 225 biertjes en 4 flessen sterke drank na afloop van de verschillende draaidagen. Zo’n zes in de lucht hangende maar nooit doorzettende liefdesaffaires, ook al omdat de in aanmerking komende Indiase dames met name die van de Wardrobe afdeling, al uitgehuwelijkt bleken te zijn. Eén steen die bijna gegooid werd door een lid van een straatbende die het oneerlijk vond dat de concurrerende bende uit dezelfde straat wél door de productie betaald werd. Om dezelfde redenen één groep van zes wilde koeien die op ons afgestuurd werd en op het laatste moment nog gestopt kon worden. Eén zeer goed verdienende lokale casting director omdat van alle bedragen die aan de figuranten betaald werden de helft in zijn eigen zak verdween. Eén extreem boze lokale fixer omdat Karin het spel doorkreeg en daarom de lokale helpers rechtsreeks betaalde waardoor de lokale fixer níet in staat was de helft in zijn eigen zak te steken. Slechts één korte weblog bijdrage van mijn hand omdat de productie mij echt volledig in beslag nam. Zeven email-klachten dat mijn weblog gemist werd. Eén kater van een hele dag omdat ik bij de wrep-party vier glaasjes whisky van het Indiase merk “Black dog” dronk. Eén linnen pak op maat dat ik hier voor nog geen tachtig euro liet maken. Twee traditionele jurkjes voor mijn dochter die de uitgehuwelijkte wardrobe dame zo op mijn hotelkamer komt afleveren. Over twee dagen rijden Sander, Karin, Emanuel en ik per nachttrein naar Delhi. Over drie dagen nemen we daar het vliegtuig naar Delhi. Over vier dagen zie ik mijn vriendin en dochter weer.
Het zit erop.
Na zeven boeiende, hete, leerzame en vooral onvergetelijke weken.
* BARDSONGS – Derde Opname Dag alweer
Toegevoegd op maart 20th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.
En toen lag opeens opnamedag drie alweer achter ons. Waarvan ik overigens de dag van vandaag door omstandigheden maar voor de helft heb meegemaakt. Maar daarover later meer.
Valt er dan niets te vertellen over zo’n opnamedag, dat ik de laatste dagen geen enkele keer iets voor de weblog heb geschreven?
Zeker wel.
Al was het maar hoe bijzonder het is dat een verhaal dat we maanden geleden geschreven hebben en waarvoor we de afgelopen weken hard hebben lopen produceren, nu opeens echt wordt. Dat nu opeens de locaties eruit zien zoals het min of meer in het scenario beschreven staat. En dat die locaties nu bevolkt worden door wezens van vlees en bloed, een vader Ravi, een moeder Jivika, een zoon Sahir, soldaten, bevriende buurtbewoners met cadeautjes, een mannetjes-, een vrouwtjes- en een baby-kameel en vele, vele andere figuren, zoals die in het scenario gecreëerd zijn.
Maar waarom dan toch geen weblog?
De dagen zijn eenvoudigweg te zwaar, te opslokkend, om nog energie te hebben om te kunnen nadenken en schrijven. Behalve vandaag dan, waarover later meer.
Hoe ziet zo’n opnamedag eruit dan?
In vogelvlucht.
Wakker worden om half zes als het nog donker is. Vervoer naar de set, de afgelopen dagen met name de plek waar Ravi met zijn familie woont. Ontbijten met de hele crew als de zon zo’n beetje op is. Werken in de met het uur meer brandende zon. Shot voorbereiden en ‘dressen’. Oefenen met de acteurs. Klaar voor opnames. Meestal eerst een mislukte take. Dan vaak nog een mislukte take. En met de derde take, of soms zelfs na meer, we hebben al een slate met 10 takes gehad, gaat het goed. Tegen-shot of shot opstelling afbreken. Volgende shot. Aan een ruk door. Met 50 man crew. Van regisseur tot aan de zeer nodige vertalers tot aan mensen die het verkeer waar en wanneer nodig tegenhouden. Onafgebroken werken tot aan twee uur ’s middags. Dan een lunch van een half uur. Beetje bijpraten, beetje bijkomen. En dan weer non-stop doorwerken tot een uur of zeven als het alweer donker aan het worden is.
Terug naar het hotel. Biertje drinken op de kamer dat voelt als een kratje. Eten. Uitgeput naar bed. Wekker op half zes.
En dan zeker nog een weblog schrijven. Ben jij gek!?
Behalve vandaag dan. Mijn oogontsteking die al weken sluimerend aanwezig is, dan weer in het ene oog, en dan weer in het andere, stak vandaag in alle hevigheid de kop op. Het was gewoon niet meer te verdragen. Daarom bracht local fixer Harendra Pal me tegen het middaguur naar een dokter. Een volle wachtkamer maar ik mocht voor. Omdat ik nu eenmaal buitenlander ben. Heerlijk, deze keer. De dokter keek heel even in mijn ogen en schreef me toen oogdruppels voor. Die ik ieder uur moest innemen. Maar toen we weer buiten stonden raadde Harendra Pal me aan om ze om de drie uur in te nemen omdat deze dokter erom bekend staat te overdrijven.
Lekker is dat.
Maar het is wel een vakman want ik heb de druppels nu drie keer ingenomen, en mijn ogen voelen al een stuk beter.
Je hebt hier trouwens wel meer vakmannen. Zo’n twee weken terug was ik bij een lokale kapper. Die een uur bezig was met hele, hele kleine, minuscule stukjes haar van mijn hoofd te knippen. Om me een David Beckham kapsel te geven, zoals de kapper zei. Toen hij klaar was zag je dat hij het netjes gekamd en geföhnd had, maar voor de rest leek er weinig aan mijn haar veranderd. Maar nu bijna week weken later ziet het er nog steeds gekamd en geföhnd uit terwijl ik er helemaal niets meer aan gedaan heb.
Het is super zwaar, dat filmen. Maar ik maak wel veel bijzondere dingen mee, hier in India. Toch wel jammer dat ik zo weinig tijd en energie heb om erover te schrijven.
* BARDSONGS – Magie
Toegevoegd op maart 17th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.




Twee dagen voor opnames.
We hebben geen hoofdpersoon meer. Gisteren liet Milanmera, de door ons als hoofdpersoon gecaste suikerbakker, ons via een contactpersoon weten dat zijn moeder ernstig ziek was. Even later hoorden we dat hij op de trein naar Calcutta zat waar zijn familie vandaan komt. Wat hier allemaal van waar is en wat niet – gedeeltelijk zal het wel kloppen want de suikerbakker gooit hiermee toch minstens een half jaar salaris weg – we zitten zonder hoofdpersoon.
Twee dagen voor opnames.
En toch maak ik me geen moment zorgen. Gek is dat.
Er zijn verschillende redenen voor die zorgeloosheid, die absoluut gen onverschilligheid genoemd mag worden.
Ten eerste is daar de rust die ook producent/regisseur Sander uitstraalt. Hij is vaak moeilijk te doorgronden, laat slechts gedoceerd zien wat er in hem omgaat, maar ik heb het idee dat ook bij hem het volle vertrouwen aanwezig is dat alles wel goed zal komen.
Ten tweede is het thema van de volksvertelling die wij hier gaan verfilmen dat het geen zin heeft te leven bij de waan van de dag. Dat de betekenis van gebeurtenissen vaak pas achteraf daadwerkelijk geduid en begrepen kan worden. Ik ben zo druk bezig geweest met het bijschaven van het scenario zodat deze wijsheid optimaal naar voren zal komen dat de wijsheid waarschijnlijk ongemerkt onderdeel is gaan uitmaken van mijn systeem. Zoiets moet er gebeurd zijn.
En ten derde is magie hier in India iets wat veel meer hoort bij het dagelijkse leven dan dat wij dat gewend zijn. Niemand kijkt daar eigenlijk meer van op.
Een voorbeeld. Gisteravond waren Sander en ik op bezoek bij Kuldeep Kothari. Kort gezegd is Kuldeep Kothari de opvolger van zijn hier beroemde vader Kamal Kothari. Hij zet zich in voor het behoud van de Rajasthaanse volksmuziek, en daarmee is hij een soort van impresario en concertorganisator geworden van de vele, vele folklore muziek groepen en muziek families die Rajasthan rijk is.
Sander liet hem weten dat we eigenlijk wel graag een vrouwenstem aan onze ‘muziek-track’ zouden toevoegen. Kuldeep vertelde ons dat er in de stad Barmer, zo’n 800 kilmeter hier vandaan, een zangeres woont, Rupnar, die samen met haar twee zussen regelmatig optreedt. Zij is nu een van de bekendste zangeressen van Rajasthan. Toen wij vroegen of wij niet een stukje van deze dame konden horen keek Kuldeep bedenkelijk want dan zou hij zijn archief in moeten duiken en dat zou wel eens lang kunnen gaan duren.
Toen keek hij over zin rechterschouder door het raam naar buiten.
“Daar komen ze trouwens net aan”, zei hij.
En inderdaad, Rupnar en haar zussen waren op weg naar een concert in Jaipur en hadden besloten een tussenstop te maken om Kuldeep met een bezoek te vereren.
Twee minuten later hadden wij buiten op de binnenplaats ons privé concert. Het viel een beetje tegen, dat moet gezegd. Hun stemmen waren te rauw en te dominant hartverscheurend om als filmmuziek gebruikt te kunnen worden.
Maar magisch was het allemaal wel.
Diezelfde avond brachten we een bezoek aan een oude toneelregisseur in de hoop dat hij misschien een kandidaat-hoofdpersoon zou kennen. Hij liet ons een folder zien waarop een aantal acteurs te zien was. Ze leken niet echt geschikt voor de rol van Ravi. Slechts een van de acteurs trok enigszins mijn aandacht, zonder dat ik daar iets over zei. Even later liet de oude regisseur weten, zonder overleg, juist die acteur voor de casting van de volgende dag – vandaag dus – te hebben uitgenodigd.
Een casting die overigens over 2 minuten begint.
Zodat ik dit laatste magische moment helaas een beetje moet afraffelen.
* BARDSONGS – Dress code
Toegevoegd op maart 15th, 2009 door admin. Opgeslagen onder Bardsongs, Bedrijfsfilms in ontwikkeling, Scenario.
Je doet soms gekke dingen, tijdens de productie van deze korte speelfilm in India.
De afgelopen dagen ging het leven hier op de hotel campus wat wij al langzamerhand kunnen noemen ‘zijn gewone gangetje’. Sander perfectioneerde zijn draaiboek en kwam tot 135 shots. Karin en de Indiase Assistent Director, Mukul geheten, werkten met name aan de productie breakdown en aan de planning. Ondertussen werden ook nog de laatste benodigde locaties gezocht en hield de lokale productie zich voornamelijk bezig met het regelen van opnamepermissies voor de reeds vaststaande locaties. De in Delhi gevonden Indiase productieleider Kawal werd min of meer voor straf op het vliegtuig naar Mumbai gezet omdat hij nog bijna helemaal niets geregeld had, zelfs geen filmrollen had besteld zodat er niets anders op zat dan die persoonlijk in Bollywood af te halen. Hij is vanochtend teruggekomen na een reis van 29 uur met de trein, vliegen was te risicovol vanwege de X-ray controles, met 25 filmrollen.
Kortom, allemaal niets bijzonders.
Gisteren hadden we een eerste voltallige Nederlands/Indiase productiemeeting. Hoewel we al over drie dagen, namelijk op woensdag 18 maart, de eerste opnamedag hebben, blijken er nog heel wat gaten en obstakels in de productieplanning te zitten.
Een van die obstakels is de steeds maar stijgende kleding begroting die door onze dressing-dame, Urwashi, gehanteerd wordt. Zij heeft de afgelopen twee dagen 65 van alle gecaste extras en acteurs op het hotelterrein uitgenodigd en hen de maat genomen en hen vooral gevraagd wat ze zelf aan ‘authentieke’ kleding in hun kast hebben hangen. De meeste mannen bleken wel iets passends te hebben en de meeste hindu vrouwen ook. Maar volgens Urwashi had geen van de door haar gesproeken moslim vrouwen ook maar iets van een kledingstuk wat geschikt voor de film zou kunnen zijn. Een film immers die uitgezonden gaat worden door de Nederlandse Hindoestaanse omroep OHM en daarom absoluut een Hindoestaanse look zal moeten hebben.
Volgens Urwashi betekende dat dat zij voor alle door ons gecaste moslim vrouwen speciaal een kledingstuk zou moeten ontwerpen en maken. Hoewel stof hier niet duur is zou dat al met al toch zwaar op de begroting gaan drukken. Daarom werd ik gevraagd, omdat ik de castingoverzichten onder me heb, of ik niet nog eens door alle vrouwen heen kon gaan om waar mogelijk moslimvrouwen te vervangen door hindu-vrouwen.
Met iets van tegenzin, had ik eindelijk alle overzichten klaar, kreeg je dit weer, ging ik aan de slag.
Moslim-moeders verdwenen in de map ‘afgekeurd’ en werden vervangen door de zich in de map ‘reserve’ bevindende hindu-moeders van ongeveer dezelfde leeftijd. En een heel lief moslim meisje dat ik had uitgezocht als het verdrietige zusje van een in de oorlog gesneuvelde jonge soldaat verving ik door een minstens net zo lieftallig hindu-meisje. Mooie ontluikende moslim meisjes werden al even mooie ontluikende hindu-meisjes. Ik had soms het gevoel nog niet begonnen acteercarrières op mijn hete hotelkamer in de prille kiem te smoren.
Na verloop van tijd begon ik er lol in te krijgen. Ik probeerde nu werkelijk voor iedere moslim-dame een geschikte vervangster te vinden. Vol overgave wierp ik mij op mijn plastic mappen met foto’s en namen. Zonder aanzien des persoons en gaandeweg ook zonder medelijden. De tijd vloog voorbij. Uiteindelijk bleef alleen de hoofdpersoon, Jivika, over als eenzame moslima temidden van vele, vele hindu-vrouwen.
Je doet soms gekke dingen.
Pelicula Bedrijfsfilms
Rubrieken
Laatste Berichten
- Discussie met Peter Vonk
- Duurzaam en green filmmaking
- video seo filmpublicatie met extras
- Veiligheid op de werkvloer – Industriële Bedrijfsfilm
- VIDEO SEO Experiment – de eerste resultaten
Laatste reacties
- Furore on VIDEO SEO Experiment – de eerste resultaten
- Vamos schoenen on Bardsongs – Rajputs en Paria’s
- admin on Discussie met Peter Vonk
- Peter on Discussie met Peter Vonk
- admin on Discussie met Peter Vonk

